Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Opvallende Nederlandse bierglazen van na 1955

6 juni 2018 - Peter Zwaal.

Wie begint aan het verzamelen van Nederlandse bierglazen zal al snel bemerken dat zo’n collectie een enorme omvang kan aannemen. De meeste verzamelaars van bierglazen beperken zich dan ook tot glazen van één of enkele brouwerijen of glazen van één bepaald biermerk. Maar zelfs dan bestaat het gevaar dat de verzamelaar zich verliest in het collectioneren van alle mogelijke variëteiten. De meer museaal ingestelde verzamelaar doet er verstandig aan alleen de meest kenmerkende glazen te verzamelen. Daarmee doel ik op de glazen die door brouwerijen in enorme oplages werden uitgezet in de horeca en/of werden verspreid in het kader van consumentenacties. Natuurlijk kan het zinvol zijn soms een uitzondering te maken voor bepaalde gelegenheidsglazen of voor glazen waarvan de vorm, de afmetingen of decoratie juist in schril contrast stond met wat gangbaar was. In dit artikel wil ik een aantal opvallende Nederlandse bierglazen presenteren die ten tijde van hun introductie grote onderscheidingskracht bezaten. Ik beperk me daarbij tot glazen van na 1955. Glazen bierpullen laat ik buiten beschouwing.

 

Gezandstraald bierglas van Amstel
Gezandstraald bierglas van Amstel. Afbeelding uit een exportfolder uit 1930.
Om buitenlandse relaties te paaien werden soms dit soort bierglazen verstrekt.

Natuurlijk brachten Nederlandse brouwerijen ook vóór 1955 grote hoeveelheden glaswerk in omloop. Die bierglazen werden vooral verstrekt aan zogenaamde gebonden café’s. Dat waren café’s die ofwel eigendom waren van een brouwerij ofwel middels een exclusief afnamecontract voor langere tijd gebonden waren aan een brouwerij. De grote bulk van het door brouwerijen verspreide glaswerk bestond uit generieke bierglazen, dat wil zeggen bierglazen zonder een specifiek opschrift of merkteken. Gedecoreerde glazen waren uiterst zeldzaam. Zulke glazen hadden vrijwel altijd opschriften of merktekens die waren aangebracht met behulp van de zandstraaltechniek. Grappig is dat recentelijk verschillende Amerikaanse craft brouwerijen bierglazen in omloop hebben gebracht met gezandstraalde decoraties. Sommige van die decoraties hebben zelfs een duidelijke vintage look. Het zou mij niet verbazen als deze trend ook door Nederlandse microbrouwerijen wordt opgepakt. Als dat het geval is zal het vermoedelijk slechts een kwestie van tijd zijn voordat ook grote Nederlandse brouwerijen dergelijke glazen zullen gaan verspreiden. Ik verheug me er al op, want dan zijn we weer helemaal terug bij af! 

Gezandstraald bierglas van Trappistenbrouwerij De Schaapskooi
Gezandstraald bierglas van Trappistenbrouwerij De Schaapskooi, circa 1930.
De Trappisten hadden in en rondom Tilburg diverse café’s in eigendom.
Dit glas is vermoedelijk afkomstig uit één zo’n café.

De gewoonte om bierglazen te decoreren ontstond in Nederland pas in de tweede helft van de vijftiger jaren en vloeide rechtstreeks voort uit de Wet Beperking Cadeaustelsel (1955). Krachtens die wet was het bedrijven slechts toegestaan om voorwerpen aan afnemers cadeau te doen als deze voorzien waren van een onuitwisbaar logo, merkteken of reclameachtig opschift. Voor brouwerijen betekende dit dat aan gebonden café´s niet langer generieke bierglazen konden worden verstrekt maar dat deze glazen voorzien moesten zijn van een logo of ander merkteken. Aangezien de meeste glasfabrieken inmiddels beschikten over apparatuur om flessen te voorzien van één- of meerkleurige lithografische decoraties, werd ook voor bierglazen deze decoratietechniek omarmd.1 De Wet Beperking Cadeaustelsel kwam op een moment dat de zogenaamde thuisverbruikmarkt voor flessenbier explosief groeide. Grote brouwerijen beseften onmiddellijk dat het gedecoreerde bierglas ook in die markt kon worden ingezet als promotiemiddel. Binnen het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK), de brancheorganisatie van Nederlandse brouwerijen, gingen echter ook stemmen op om promotieacties met gratis glazen geheel te verbieden. Met name de kleinere brouwerijen met een gering promotiebudget waren pleitbezorgers van zo’n verbod. Het compromis waartoe uiteindelijk werd besloten was dat alleen promotieacties waren toegestaan waarbij consumenten één of meer bierglazen tegen gereduceerde prijs konden verwerven.

Reclameplaat Oranjeboom

Reclameplaat Bavaria

Reclameplaat 3 Hoefijzers

Drie reclameplaten uit 1956-1957 van Nederlandse brouwerijen.
Opvallend is hoe prominent de gedecoreerde bierglazen worden
afgebeeld – en uiteraard altijd met het logo naar de toeschouwer
gekeerd. Het decoreren van bierglazen met kleurige logo’s en
merknamen werd in de tweede helft van de jaren vijftig de norm
dankzij de Wet Beperking Cadeaustelsel. Het gouden bovenrandje
gaf de glazen een luxe uitstraling. Bij een perfect getapt glas
bier gaf zo’n gouden randje tevens aan waar je je lippen in de
schuimkraag moest zetten. De glazen afgebeeld op de platen van
Oranjeboom en Drie Hoefijzers zijn van een model dat door
verzamelaars wordt aangeduid als “tonnetje”. Voor het model
glas afgebeeld op de plaat van Bavaria bestaat niet echt een
naam. Sommige verzamelaars noemen het een "groot fluitglas".

 

Gratis bierglazen bij Oranjeboom
Advertentie uit 1962 voor een gratis glazenactie.

Van de grote Nederlandse brouwerijen waren het vooral Amstel, Oranjeboom en De Drie Hoefijzers – wat omzet betreft de nummers twee, drie en vier – die eind jaren vijftig en begin jaren zestig aan de weg timmerden met opvallende glazenacties. In de regel waren dat acties waarbij eerst een aantal kroonkurkinlages of etiketten moesten worden gespaard, alvorens een glas tegen gereduceerde prijs kon worden aangeschaft. Marktleider Heineken verwaardigde zich niet in te laten met dit soort spaaracties. Daar redeneerde men dat echte Heineken-drinkers zich heus niet plotseling tot een ander merk bier zouden bekeren omdat ze in de gelegenheid werden gesteld tot aanschaf van één of meer glazen. Deze redenering klopte voor zover het gewone standaard bierglazen betrof die ook in de horeca werden gebruikt, zoals vaasjes, tonnetjes en stapelglazen. Gaandeweg werd echter duidelijk dat bepaalde consumenten wel degelijk bereid waren (tijdelijk) over te stappen op een ander merk flessenbier wanneer daarmee gespaard kon worden voor glazen van een bijzonder model of glazen met een luxe uitstraling (gouden bovenrandjes). Wat daarbij meespeelde was dat de typische bierconsument dan wel een man was maar dat het vaak vrouwen waren die het flessenbier in huis haalden. De grote brouwerijen hadden snel in de gaten dat het succes van een glazenspaaractie toenam als die actie gericht was op vrouwen. De afspraak in CBK-verband om geen gratis bierglazen aan consumenten te verstrekken heeft slechts een paar jaar stand gehouden maar viel steeds moeilijker te handhaven. Vanaf 1962 hield eigenlijk geen enkele brouwerij zich meer aan deze afspraak.

Oranjeboom laarsje (1960)

Oranjeboom tuitglas

Reclameplaat tuitglas

Reclameplaat uit circa 1960 waarop Oranjebooms "tuitglas" is afgebeeld.

N.V. Brouwerij d’Oranjeboom (Rotterdam), die consumenten al tien jaar lang in advertenties een “vorstelijk glas bier” beloofde, gaf in 1958 een verrassende draai aan haar reclameleus door een actie op touw te zetten waarin de consument de gelegenheid geboden werd om “vorstelijke bierglazen” te verwerven. Die bierglazen waren van een type dat door verzamelaars wordt aangeduid als een tuitglas: een hoog kegelvormig glas op een geprofileerd voetstuk. Op de glazen, die een bruto inhoud (strijkmaat) hadden van 30 cl, stond onder andere de tekst “met goud bekroond”. Daarmee werd verwezen naar het gegeven dat een internationale jury van bierkenners onder auspiciën van The British Bottlers’ Institute Oranjeboom diverse malen bedacht had met een onderscheiding. Uit het feit dat dit glas tegenwoordig in kringloopwinkels nog gemakkelijk te vinden is mag worden afgeleid dat Oranjeboom in 1958 en 1959 heel veel exemplaren in omloop moet hebben gebracht.

Laarsglas 1

Laarsglas 2

Oranjeboom laarsjes uit 1960 en 1961. Het oudste laarsje
heeft een tweekleurig, het jongste een vierkleurig
applied color label. In navolging van Oranjeboom hebben
andere Nederlandse brouwerijen eveneens laarsjes in
omloop gebracht.

Ingenomen met het resultaat van deze glazenactie werd bij Oranjeboom in 1960 wederom een glazenactie op touw gezet. Dit keer was het object waar alles om draaide een zogenaamde Stiefel, dat is een bierglas in de vorm van een laarsje. Laarsvormige containers voor het drinken voor bier werden al in de negentiende eeuw in Duitsland en Oostenrijk gebruikt. Aanvankelijk waren ze van steengoed en vaak rijkelijk versierd maar kort na de Eerste Wereldoorlog deden uit persglas vervaardigde bierlaarzen hun intrede. Omdat deze bierlaarzen vooral gebruikt werden voor drinkspelletjes waren ze doorgaans fors aan de maat. Bierlaarzen met een inhoud van 2 liter waren niet uitzonderlijk. De vanaf 1960 door Oranjeboom in omloop gebrachte bierlaarsjes hadden slechts een inhoud (strijkmaat) van 35 cl en waren niet direct voor drinkspelletjes bedoeld. Toch kon zo’n glas in gezelschap soms voor grote hilariteit zorgen wanneer iemand de punt van het laarsje bij het leegdrinken omhoog hield. Aldoende vormde zich namelijk in de punt van het laarsje een luchtbel die de inhoud van die punt plotseling naar buiten deed klokken. Daardoor werd de argeloze drinker ineens geconfronteerd met een hoeveelheid bier die niet te behappen viel. Oranjeboom is verschillende jaren doorgegaan met het verspreiden van bierlaarsjes want er bestaan zowel laarsjes met het ovaalvormige oranjewitte logo als laarsjes met het in 1961 geïntroduceerde ronde logo.

Brand’s fluitje (1961)

Brands fluitje 1


Brands fluitje 2


Brands fluitje 3

Brands fluitje 4

Brand’s fluitje (1961)

In april 1961 nam Brand’s Bierbrouwerij N.V. uit het Limburgse Wijlré een groot en modern nieuw brouwhuis in gebruik. Ter gelegenheid hiervan werd ook een bierglas in omloop gebracht met een afbeelding van het nieuwe brouwhuis. Het bijzondere van dit glas school niet zozeer in de leuke opdruk als wel in het model glas. Het betrof een dunwandig smal glas met een strijkmaat van slechts 22 cl. Vanaf opzij gezien kraagde het glas van onder naar boven lichtjes uit tot op zo’n 4 cm van de bovenrand waar het weer lichtjes naar binnen begon te kragen. Omdat de bieren van Brand begin jaren zestig nog vooral in Limburg werden gedronken drong het nieuwe model glas niet onmiddellijk door tot de rest van Nederland. Het nieuwe glas figureerde prominent in Brand’s advertentiecampagne uit 1962 waarin uitgelegd werd waarom Limburgers zo dol waren op Brand. De kopregel van deze campagne luidde “Dit is een Limburger” en die mededeling sloeg evengoed op de in de advertenties gepresenteerde echte Limburgers als op het getoonde bierglas.2 Echt bekend werd het nieuwe model bierglas pas nadat Brand in de jaren zeventig ook buiten Limburg afzet begon te verwerven.3 Inmiddels had Brand een nieuw merkbeeld geadopteerd dat de afbeelding van het brouwhuis van de bierglazen had verdrongen (1963). Gaandeweg heeft het door Brand geïntroduceerde model glas in Nederland de naam fluitje verworven. Die naam is een verbastering van het Franse flute, waarmee een champagneglas op steel wordt aangeduid. Het fluitje heeft min of meer dezelfde vorm als een champagneglas maar dan zonder steel en voetstuk. Wie de benaming fluitje heeft bedacht en wanneer dat is gebeurd is een kwestie die nog onvoldoende is onderzocht. Naast fluitje of fluitjesglas is in Nederland voor dit type glas ook de benaming pijpje of pijpjesglas in zwang gekomen.

In Duitsland staat dit type glas bekend als een Willybecher of Willibecher. Het verhaal wil dat het model in 1954 zou zijn ontworpen door ene Willy Steinmeier, een werknemer van Ruhrglas A.G. (Essen), met het doel een bierglas te creëren dat de schuimkraag langer intact hield. Door zijn dunwandigheid was het glas bovendien relatief goedkoop en stelde het consumenten in staat goed te voelen of het bier wel koud was.4 Vermoedelijk waren ook de eerste fluitjes van Brand afkomstig uit de glasfabriek in Essen. Vast staat in elk geval dat de brouwerij uit Wijlré haar fluitjes later is gaan betrekken van een glasfabriek uit Oost-Duitsland. Waarschijnlijk is dat gebeurd nadat Ruhrglas de Willybecher (tijdelijk) uit zijn leveringsprogramma had gegooid wegens teruglopende orders. Onder Westduitse horeca-ondernemers bestond namelijk steeds meer weerzin tegen deze glazen, die relatief breekbaar waren en bovendien niet stapelbaar.5 In de loop der jaren heeft Brand fluitjes in omloop gebracht in diverse inhoudsmaten en met heel veel verschillende opdrukken. Ook andere Nederlandse brouwerijen hebben fluitjes met merknaamopdruk uitgebracht. De fanatieke Brand-verzamelaar streeft natuurlijk naar compleetheid maar de meer selectieve glazenverzamelaar zou ik willen adviseren: ga voor de fluitjes van Brand uit de beginperiode (1961-1963) en overweeg daarnaast de serie fluitjes te bemachtigen met afbeeldingen van schilderijen van Corneille (2001). Deze laatsten werden door Brand (sinds 1989 onderdeel van het Heineken-concern) in omloop gebracht in het kader van een consumentenspaaractie. De Corneille-glazen zijn een goed voorbeeld van het wat gemakzuchtige huwelijk tussen kunst en commercie rond de millenniumwisseling.

Amstel vaasje “Dit is de man, dit is z’n bier” (1967)
Ik heb het hiervoor al gezegd: al die gelegenheidsglazen met een lithografisch opdrukje, uitgebracht om feesten en partijen, evenementen en jubilea kracht bij te zetten, zijn in museaal en glashistorisch opzicht niet zo interessant. Een uitzondering wil ik maken voor bierglazen met opdrukken die ten nauwste verbonden zijn met bepaalde reclamecampagnes. In de bierindustrie strekken reclamecampagnes rond een bepaald thema zich vaak over meerdere jaren uit en met deze meerjarige themacampagnes zijn dikwijls enorme geldbedragen gemoeid. Helemaal interessant wordt het als ten behoeve van zo’n campagne ook nog is nagedacht over het model of type bierglas dat het beste bij het gekozen thema aansluit. Het mooiste voorbeeld dat ik daarvan ken is het glas dat door Amstel in 1967 werd uitgebracht in het kader van de themacampagne “Dit is de man, dit is z’n bier”.

Het thema van die campagne was verzonnen door Gregor Frenkel Frank (1929-2011) van reclamebureau Prad. Zijn inspiratiebron was een reclamecampagne voor overhemden van het Amerikaanse merk Van Heusen met een hele macho-achtige insteek. Frenkel Frank bedacht dat ook Amstel, om zich van andere biermerken te onderscheiden, maar op de macho toer moest gaan. Amstel moest het bier worden van de hardwerkende kerel die bij thuiskomst onmiddellijk een beloning verlangt in de vorm van een koud glas pils. Bij die insteek paste volgens Frenkel Frank geen glas op een steeltje, een breekbaar fluitje of een glas met allerlei wulpse welvingen. Zijn voorkeur ging uit naar een glas dat een man stevig in zijn knuist kon houden. Ook de toonzetting van de teksten moest stoer en mannelijk zijn: “Geen zijig gelul.”6 Frenkel Franks voorstellen vielen bij Amstel in goede aarde. De advertenties en televisiecommercial rond het thema “Dit is de man, dit is z’n bier” baarden veel opzien en scoorden hoog op bekendheid. Wel namen sommige huisvrouwen – zoals reeds opgemerkt waren zij het vaak die bepaalden welk merk flessenbier er in huis kwam – aanstoot aan de macho toonzetting.7 In het kader van de campagne werden door Amstel op grote schaal glazen verspreid die waren voorzien van het campagnelogo: een mansfiguur in zwart silhouet. Dat logo was ontworpen door een Amerikaanse art director die werkzaam was onder het pseudoniem Sabu maar wiens werkelijke naam Jason Kirby luidde. Hoewel Amstel in 1967 wel zeven of acht verschillende typen glazen voerde, werden voor de campagne “Dit is de man, dit is z’n bier” louter glazen van het type vaasje gebruikt, omdat Frenkel Frank dat een “fijn-fors” oftewel mannelijk bierglas vond. Met de overname van Amstel door Heineken kwam in 1968 helaas een vroegtijdig einde aan de campagne “Dit is de man, dit is z’n bier.” Helemaal vergeten is men de campagne echter nooit. Zo liet Heineken in 2016 in het kader van een consumentenspaaractie onder andere een Amstel-vaasje verschijnen met de opdruk “Dit is de man, dit is z’n bier”. Leuk hoor, dit soort retroglazen, maar er gaat niets boven de originele exemplaren.

Amstel vaasje 1

Amstel vaasje 2

Amstel vaasje 3

Amstel vaasje “Dit is de man, dit is z’n bier” (1967)

Bavaria Malt Stange (1991)
Het verhaal van Bavaria Malt is overbekend. In 1988 werd dit alcoholvrije bier door de brouwerij uit Lieshout ongeveer gelijktijdig op de Nederlandse markt gebracht met het alcoholarme bier Buckler van Heineken. Aanvankelijk zag het er naar uit dat Buckler de slag om de consumentengunst glansrijk zou gaan winnen. Heineken had nu eenmaal een groter verkoop- en distributieapparaat en veel ruimere reclamebudgetten. Toch was het Bavaria dat uiteindelijk aan het langste eind trok. Dat cabaretier Youp van ’t Hek in zijn oudejaarsconference van 1989 de Buckler-drinker onsterfelijk belachelijk maakte, deed de verkoopcijfers van Buckler absoluut geen goed. Belangrijker evenwel was dat uit alle smaakonderzoeken bleek dat de Nederlandse consument Bavaria Malt gewoon lekkerder vond dan Buckler. In een poging het tij nog te keren, begon Heineken driftig aan de receptuur van Buckler te sleutelen. Maar noch dit middel, noch een opvoering van de reclame-inspanning mochten baten. Eind 1993 besloot Heineken Nederland een eind te maken aan het lijden van Buckler.

Buckler glas
Het Buckler-glas had een bruto inhoud (strijkmaat) van 27,5 cl en was 16,2 cm hoog.

Eerlijk gezegd denk ik dat Buckler niet alleen op smaak maar ook op originaliteit door Bavaria Malt werd geklopt. De zouteloze lifestyle commercials voor Buckler haalden het niet bij de humoristische filmpjes waarin Bavaria Malt werd aangeprezen door acteurs Don Johnson, Joan Collins en Jeroen Krabbé. En toen Buckler het vervolgens over de seksistische boeg gooide (vrouw in little black dress kruipt in vol café verleidelijk over de bar) sloeg Bavaria terug met een briljante commercial waarin Marco van Basten demonstreerde hoe je met een welgemikt schot een bierflesje kunt ontkurken.8 Ook het wat warrige merkbeeld van Buckler en de onduidelijke betekenis van de merknaam moesten het afleggen tegen de glasheldere proposities van Bavaria Malt.9 Last but not least was ook het glas waarin Bavaria Malt geserveerd moest worden superieur aan dat van Buckler. Waar het Buckler-glas een tamelijk klassiek tuitglas was, had het Bavaria Malt-glas een heel eigenzinnige vorm. Wat vorm betreft zou het glas kunnen worden gekwalificeerd als een Stange – dat is een hoog en tamelijk recht cilindrisch glas zonder voetstuk – maar dan een Stange die concaaf getailleerd was en daardoor een uitgesproken slank profiel had. Hoewel het Bavaria Malt-glas qua inhoud nauwelijks verschilde van het Buckler-glas was het wel ruim een centimeter hoger, waardoor de volume-impressie groter was. Het Bavaria Malt-glas was kortom eigenzinniger en eigentijdser, slanker en begiftigd met een grotere volume-impressie dan het Buckler-glas. Dat men bij Bavaria zijn oog op dit glas had laten vallen was ofwel een verdomd goede ofwel een verdomd gelukkige keuze!

Bavaria Malt glas
Het Bavaria Malt-glas had een strijkmaat van 28 cl en was 17,3 cm hoog.

Witte Raaf spiraalglas (1993)
Midden jaren tachtig boorde het Belgische Interbrew met het bovengistend witbier Hoegaarden een duidelijk gat aan op de Nederlandse biermarkt. Uiteraard leidde dat ertoe dat ook Nederlandse brouwerijen met een eigen witbier ter markt kwamen. Om die Nederlandse witbieren op het netvlies van de consument te krijgen was het noodzakelijk ze vergezeld te doen gaan van glazen die minstens zo opvallend waren als het iconische Hoegaarden-glas, dat gekenmerkt werd door een hexagonaal (zeshoekig) lichaam met een cilindrische kraag. Heineken introduceerde eind 1990 Wieckse Witte, gebrouwen door dochteronderneming De Ridder in Maastricht. Voor het speciale Wieckse Witte-glas had men zich bij Heineken/De Ridder overduidelijk laten inspireren door het Hoegaarden-glas. Het glas van Wieckse Witte was net zo kloek en robuust als dat van Hoegaarden, alleen een tikkeltje slanker en octogonaal (achthoekig) in plaats van hexagonaal.10 Interbrew, dat ten tijde van de introductie van Wieckse Witte juist het Hoegaarden-glas als vormmerk had laten registreren, was not amused. Uiteindelijk moest de Nederlandse rechter er aan te pas komen om het “gedonder in de glazen” te beslechten. Die was in november 1992 van mening dat het Wieckse Witte-glas inderdaad teveel op dat van Hoegaarden leek. Heineken/De Ridder kreeg een half jaar de tijd om zijn glas terug te trekken en op zoek te gaan naar een ander model waarover geen verwarring mogelijk was.11 In maart 1993 werd het nieuwe Wieckse Witte-glas ten doop gehouden. Voorzien van 18 cannelures en een kloek voetstuk leek dit glas sprekend op een – niet al te elegant – pilaartje uit de klassieke oudheid.12

Hoegaarden glas
In Vlaanderen wordt het karakteristieke Hoegaarden-glas
ook wel gekscherend een “confituurpot” genoemd.

Ook de kleine brouwerij De Raaf uit het Gelderse Heumen, gelieerd aan Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam/Allied Breweries Nederland, koos aanvankelijk voor een witbierglas dat bij oppervlakkige beschouwing leek op dat van Hoegaarden. Dit eind 1991 uitgebrachte glas voor het biermerk Witte Raaf bezat een octogonaal lichaam en een cilindrische kraag.13 Uiteraard werd ook De Raaf door Interbrew van merkinbreuk beticht en voor de rechtbank gedaagd. Wederom werd Interbrew door de rechtbank in het gelijk gesteld waardoor ook brouwerij de Raaf in december 1992 op zoek moest naar een ander model glas.14 Het nieuwe Witte Raaf-glas, dat in het voorjaar van 1993 werd uitgebracht, is naar mijn bescheiden mening het mooiste Nederlandse witbierglas ooit verschenen. De onderzijde of greep van dit glas bestaat uit een groot aantal uitwendige spiraalwindingen (swirls) die het glas een enorme tactiele zeggingskracht verlenen.

Omdat de kleine brouwerij in Heumen de vraag naar Witte Raaf nauwelijks aan kon besloot moederconcern VBBR/Allied Breweries Nederland de productie in 1994 te verplaatsen naar haar vestiging in het Limburgse Arcen. Nog geen jaar na deze verplaatsing werd VBBR/Allied Breweries Nederland overgenomen door het Belgische Interbrew met als voorspelbaar gevolg dat het merk Witte Raaf in 1995 de nek werd omgedraaid ten faveure van Hoegaarden.15 Al met al heeft het Witte Raaf-spiraalglas dus slechts drie jaar dienst gedaan. Voor de volledigheid zij hier nog vermeld dat ook de Gulpener bierbrouwerij een glas met spiraalwindingen heeft gebruikt voor het witbier Korenwolf, dat zijn naam dankt aan de Limburgse wilde hamster.16 Bij het Korenwolf-glas, tussen 1994 en 2010 door Gulpener met verschillende opdrukken in omloop gebracht, zitten de spiraalwindingen echter aan de binnenzijde van het glas. Optisch sorteert dat ongeveer hetzelfde effect als bij uitwendige windingen maar in tactiel opzicht doen zulke swirls natuurlijk helemaal niets.

Witte Raaf 1

Witte Raaf 2

Het eerste glas (1991) van Witte Raaf leek teveel op
dat van Hoegaarden en werd daarom door de rechter
verboden. Het tweede glas (1993) heeft in tactiele
zin een veel groter onderscheidend vermogen.

Bavaria 8.6 distelglas (1994)

 

Distelglas 1

Distelglas 2

Het Bavaria 8.6 distelglas werd vervaardigd door de
Duitse glasfabriek Ritzenhoff A.G. (Marsberg).
Voor dit model glas hanteerde Ritzenhoff de aanduiding
Zagora. Dat is de naam van een stad in Marokko die
helemaal niets met distels en Schotland te maken heeft!

Voor Scotch ale, een zwaar en donker ondergistend biertype met een enigszins moutige afdronk, worden vaak glazen gebruikt die bekend staan als thistle glasses, oftewel distelglazen. De contouren van dit type glas vertonen grote overeenkomst met die van Schotlands nationale bloem, de Cirsium vulgare (speerdistel). Distelglazen zijn opgebouwd uit drie vormelementen. Van onder naar boven zijn dat een voet op een korte steel, een bolvormig middendeel en een geprononceerde, zowel hoge als brede cilindrische kraag. Bij mijn weten is de enige Nederlandse brouwerij die het distelglas ooit heeft l gebruikt Bavaria en wel ten behoeve van het in 1994 geïntroduceerde 8.6 bier. Bavaria 8.6 is een goudgeel super strength lager oorspronkelijk gecreëerd voor de Britse retailmarkt. Omdat in het Verenigd Koninkrijk destijds accijns geheven werd over het stamwort- in plaats van over het alcoholgehalte, ging het in wezen om het creëren van een bier dat bij een zo laag mogelijk stamwortgehalte een zo hoog mogelijk alcoholgehalte had. Aldus lag aan 8.6 een straf brouwsel ten grondslag waarvan het moutextract volledig was vergist en dat bijgevolg niet gekenmerkt werd door een moutige smaak.17 Waarom Bavaria nu juist voor 8.6, dat qua uiterlijk en smaak zo ver van Scotch ale af stond, de keuze liet vallen op een distelglas is nog altijd een raadsel. Ik hou het erop dat de brouwerij uit Lieshout met het distelglas (een deel van) de Britse consumenten hoopte te behagen: Bavaria 8.6 mocht dan wel Hollands bier zijn met een naam die aan Duitsland deed denken maar het bijbehorende glas was toch maar mooi Schots! Andersom kon aan Nederlandse en andere continentaal Europese consumenten, die niet of nauwelijks bekend waren met Scotch ale, juist een zeer karakteristiek glas worden gepresenteerd.

Wie in kringloopwinkels en op internet naar het Bavaria 8.6 distelglas gaat zoeken zal bemerken dat vooral exemplaren worden aangeboden die verspreid zijn tijdens diverse consumentenacties in 1994. Dit distelglas heeft vanwege zijn wijde kraag een strijkmaat van maar liefst 37,5 cl. Als het glas volgens de regelen der kunst wordt ingeschonken bedraagt de netto inhoud 25 cl en vult de rest van het glas zich met schuim. Na 1994 heeft Bavaria dit karakteristieke glas nog diverse malen heruitgebracht zij het met licht gewijzigde opdruk. In 2015 werd door Bavaria ten behoeve van 8.6 een heel ander type glas in omloop gebracht, dat in de verste verte niet meer aan een distelglas doet denken. Dit stapelbare glas met een embossed 8.6 logo in plaats van een merknaamopdruk, heeft min of meer het model van een vaasje. In praktisch opzicht (stapelbaarheid, stevigheid) moge dit nieuwe glas een verbetering zijn, in esthetisch opzicht geef ik de voorkeur aan het oude distelglas dat veel herkenbaarder is. De vraag is nu: zal Bavaria het distelglas ooit in ere herstellen – in brouwerijland is men immers verzot op tradities – of zal een Nederlandse craft brouwer met dit prachtige model glas aan de haal gaan en er zijn merknaam op drukken?

Distelglas 3
De door Heineken in omloop gebrachte nieuwjaarsglazen
2001 en 2002 vertonen grote overeenkomst met distelglazen.
Toch zou ik ze niet als zodanig willen kwalificeren.
Bij distelglazen is de maximale diameter gesitueerd
aan de bovenrand van het glas. Bij de nieuwjaarsglazen
van Heineken is de diameter van de bovenrand gelijk aan
de maximale diameter van het bolvormig middendeel.
De nieuwjaarsglazen van Heineken hebben met andere
woorden een veel minder geprononceerde kraag en bijgevolg
ook een veel geringere strijkmaat (30 cl) dan het
Bavaria 8.6-distelglas (37,5 cl).

Bavaria gripglas (2009)
In 2009 werden brand, packaging en corporate design van Bavaria fundamenteel op de schop genomen door het ontwerpbureau Total Identity (Amsterdam). Een belangrijk onderdeel van deze operatie was de keuze en doorvoering van een nieuwe kleur blauw. Een andere noviteit was de komst van een merkicoon in de vorm van een kompas waarvan de naald wijst naar het zuiden. Dit kompas moest de eigen koers en zelfstandigheid van het Brabantse familiebedrijf Bavaria symboliseren. Opvallend was dat het kompas een tricoide grondvorm had. Een tricoide is een driehoek met afgeronde hoeken. Die driehoekigheid verwees onder andere naar de drie gebroeders Swinkels die in 1925 aan de basis stonden van het moderne Bavaria, naar de drie generaties van de familie Swinkels die sindsdien vorm hebben gegeven aan de expansie van de brouwerij en naar Bavaria’s hoofdkantoor in Lieshout dat eveneens een driehoekige grondvorm bezit. Om de restylingsoperatie kracht bij te zetten introduceerde Bavaria in 2009 ook een nieuw en tamelijk eigenzinnig standaardglas. Dit glas is zelfs door iemand die blind is te herkennen als zijnde een glas van Bavaria vanwege de tricoide bodem. Aangezien de bovenzijde van het glas cilindrisch is, vindt tussen bodem en bovenrand van het glas een intrigerend vormverloop plaats. Daarbij is het glas ook nog eens voorzien van een soort grip in de vorm van een kompasnaald die wederom naar het zuiden – in dit geval dus naar de bodem van het glas – wijst. Al met al is dit gripglas – want zo wordt het door Bavaria genoemd – niet alleen uniek qua vorm maar ook nog eens “gevuld” met betekenissen, wat het in mijn ogen tot een goed bierglas maakt dat in geen verzameling mag ontbreken.

Bavaria gripglas 1

Bavaria gripglas 2

Bovenaanzicht: Duidelijk zichtbaar is het verloop
van de cilindrische bovenkant naar de tricoide bodem.

 © Peter Zwaal, 2018

Noten

1) De techniek om flessen en glazen te voorzien van zogenaamde applied color labels en applied color decals wordt glass screen printing of glass screen decorating genoemd en is in de jaren dertig ontwikkeld in de Verenigde Staten.

2) Pierre Bogaers, Een eeuw bezig zijn met communicatie. In: J.F.R. Philips [et al.], Honderd jaar Brand : de historie van een Limburgse brouwerij, 1871-1971 (Wylre : Brand’s Bierbrouwerij N.V., 1971) p.192.

3) M.G.P.A. Jacobs & W.H.G. Maas, De kracht van traditie en vernieuwing, 1945-1996. In: Fr.G.H.M. Crutzen [et al.], Traditie en vernieuwing : 125 jaar Brand (Wijlre : Brand Bierbrouwerij B.V., 1996) p.113-119.

4) Uli Burchardt, Ausgegeizt! : wertvoll ist besser, das Manufactum-Prinzip (Frankfurt am Main : Campus Verlag, 2012 ) p.205.

5) NRC Handelsblad, 29 september 1990.

6) Gregor Frenkel Frank, Those were the days : herinneringen van een reclameman (Wormer : Inmerc, 2003) p.54-56; Het Parool, 11 december 1995.

7) Peter Zwaal, Amstel, het verhaal van ons bier : 1870-heden (Amsterdam : Bas Lubberhuizen, 2010) p.146, 149, 153 en 163.

8) Antoon Swinkels & Peter Zwaal, Bavaria : biografie van een brouwerij en een familie uit Lieshout (Lieshout : Bavaria, 2008) p.396-403.

9) NRC Handelsblad, 9 september 1989.

10) Vers van ’t Vat 41 (1990) 12 (december) p.8.

11) Bijblad bij de Industriële Eigendom 62 (1994) 1 (17 januari) p.12-15; Bas Kist, Merkenmissers : de eeuwige strijd om merk en portret (Amsterdam : Podium, 1998) p.34-36; Johannes van Dam, Just the one. In: Jan Brand e.a. (red.), Het drinkglas (Zwolle : Waanders ; Leerdam : Stichting Leerdam Glasmanifestatie, 1997) p.142-151, aldaar p.149-150.

12) Vers van ’t Vat 44 (1993) 3 (maart) p.25; De Volkskrant, 5 april 1993. Dit pilaartje (of op zijn Limburgs pileerke) werd begin 2010 vervangen door een veel eleganter glas dat vernoemd was naar Sint Servaas, de beschermheilige van Maastricht. Dit laatste glas wordt op zijn Limburgs een Serväöske genoemd.

13) In 1987 was Witte Raaf het eerste moderne Nederlandse witbier dat de concurrentie met Hoegaarden aanging. Een speciaal glas kwam er pas toen brouwer Herm Hegger in 1991 met Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam/Allied Breweries Nederland in zee ging. Marco Daane, Bier in Nederland : een biografie (Amsterdam : Atlas Contact, 2016) p.375-376.

14) Bijblad bij de Industriële Eigendom 62 (1994) 1 (17 januari) p.15-17.

15) NRC Handelsblad, 28 oktober 1994; De Volkskrant, 24 juni 1995.

16) Limburgs Dagblad, 5 januari 1994.

17) Swinkels & Zwaal, Bavaria,  p.425-427.

-- Adverteerders --

© 2017-2018 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur