Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Absolute dieptepunten

De concurrentie binnen Nederland verhevigde zich toen in de jaren 1930 de verkoop van flessenbier een vlucht begon te nemen. Nieuw was dat ook de kruidenier dit ging verkopen. Na de oorlog nam de supermarkt dit van de kruideniers over. Flessenbier voor thuis gebruik was een nieuwe markt, waar de nog overgebleven brouwerijen zich met veel agressie op stortten1

Kort na de oorlog was de gemiddelde bierconsumptie in Nederland met zo'n tien liter p.p. per jaar tot een absoluut dieptepunt gedaald. Enerzijds lag dat aan de welvaartsdip in de crisisjaren en de oorlog, anderzijds aan de slechte kwaliteit van het bier vanwege het grote tekort aan grondstoffen. Kort na de oorlog kregen we ook nog te maken met het coca cola-effect, c.q. de enorme populariteit van Amerikaanse frisdranken, dankzij onze bevrijders. De overgebleven brouwers startten een gezamenlijke reclamecampagne om het bier weer populair te maken: 'Het Bier is weer Best!'.

Het bierverbruik steeg hierna weer sterk, maar daar waren vooral ook andere factoren voor verantwoordelijk. Met name de groeiende populariteit van de flessenverkoop voor thuis. Dit nam een hoge vlucht, mede omdat de welvaart weer toenam, en - belangrijk - dankzij de doorbraak van de televisie en de koelkast. De genoemde campagne speelde daar overigens sterk op in, met reclame-afbeeldingen van bierdrinkende gezelschappen (man én vrouw) in moderne huiskamers, waar de televisie niet ontbrak.

Het bierverbruik nam dus explosief toe, maar de concurrentie tussen de overgebleven brouwerijen was keihard. Ze beconcurreerden elkaar vooral op prijs, op omzet en schaalvoordelen. En dus op schapruimte in de supermarkt. Het aanbod van bieren, dat al zeer uitgedund was, richtte zich bovendien steeds meer op alleen de populairste soort. Dit had een grote golf van fusies, overnames en sluitingen tot gevolg, een ontwikkeling die zich al lang niet meer tot Nederland beperkte, maar mondiale dimensies had gekregen. In dit spierballenvertoon was Heineken het meest actief. In Nederland betekende dat de ondergang van zelfs grote brouwerijen als Oranjeboom (Rotterdam), Drie Hoefijzers (Breda), Barbarossa (Groningen), ZHB (Den Haag) en Phoenix (Amersfoort). In 1979 lijfde Heineken ook zijn grootste concurrent, Amstel, in. Dit leidde in 1980 tot een tweede dieptepunt in de Nederlandse bierhistorie: het totaal aantal brouwerijen was gedaald tot 16, verdeeld over 20 vestigingen. Deze brouwerijen produceerden voor 99% maar één type bier: een inwisselbare pilsener. Nederland was een 'pilswoestijn' geworden, de verschraling van de Nederlandse biercultuur was compleet.

6.2 Overal Heineken

1 In dit spel was de Phoenix-brouwerij (Amersfoort) een voorloper; zie Kleefkens 2001.

-- Adverteerders --

© 2017-2018 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur