Facebook Twitter Instagram

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

München: van Einbecker naar Ainbock

1614

De stad München kocht graag Einbecker bier, of 'ainpeckhisch' zoals het in een bestelling uit 1553 stond. De hertogen van Beieren behoorden tot de geïnteresseerden. Maximiliaan I liet in München al bruin en wit bier brouwen in het in 1589 opgerichte Hofbräuhaus. Aan dat assortiment wilde hij begin 17e eeuw ook Einbecker toevoegen. Dat zou dan altijd ter plaatse kunnen worden gedronken. In het voorjaar van 1614 kwam er inderdaad ‘Münchener Einbecker’ uit de brouwketels.

Er bestaat een verhaal dat Maximiliaan hiervoor een brouwmeester uit Einbeck heeft aangetrokken, Elias Pichler. Deze is in 1614 inderdaad brouwmeester geworden in het
Hofbräuhaus, maar werkte er daarvóór ook al. In 1614 volgde hij de toenmalige brouwmeester Heimeran Pongraz op. Waar Pichler vandaan kwam, is onbekend. Het verhaal van zijn afkomst uit Einbeck wordt door sommige historici naar het rijk der fabelen verwezen. Volgens een andere lezing is er in elk geval een brouwer uit Einbeck gekomen, die toen ook eigen gist heeft meegenomen.

Overigens mochten andere Beierse brouwerijen ook Einbecker produceren, maar zagen die daarvan af. Door de hoge belastingen op grondstoffen was het voor hen (te) duur om zo’n zwaar bier te maken. Er was één uitzondering: het brouwhuis van de jezuïeten.

01Einbeck Karte

Maximiliaan I.

1630

Het Einbecker werd populair in München. De naam zou in het lokale dialect vervolgens verbasterd zijn, valt vaak te lezen . Via ‘einbeckisch’ zou het ‘einpöckisch’ of 'ainpöckisch' en uiteindelijk ‘ein Bock’ zijn geworden. Zo ging het net niet. Het werd eerder al als 'ampekhisch' aangeduid, en uit juni 1630 is een volgende verbastering overgeleverd. Op twee rekeningen van het brouwhuis der jezuïeten staat ‘ampokhisch’ of ‘anpokhisch’ bier vermeld.

Inmiddels werd het in het voorjaar gebrouwen, later dan in Einbeck. Het was nagenoeg alleen in mei en juni verkrijgbaar; daarna was het gewoon op. Het werd dus ook iets eerder gedronken dan het oorspronkelijke Einbecker, een zomerbier.

Opvallend is verder dat in terugblikken op bronnen van toen alleen het gebruik van gerstemout wordt vermeld. Wel kenmerkte het 'Münchener Einbecker' zich door een veel grotere moutstorting dan gewoonlijk; twee keer zo groot, vandaar dat de aanduiding doppelbier werd gebruikt. Anderzijds werd het van meet af aan niet sterk gehopt en was het mild van smaak. Mede daardoor was het ook minder goed houdbaar dan het origineel. Men varieerde in München dus op het hopbittere tarwebier uit Einbeck.

02Einbeck 1

Ampokhisch.

1688

De naam van het bier is langzaam blijven veranderen. 'Ampokhisch' is vermoedelijk 'Aimbock' geworden, wat dan weer erg lijkt op 'Oambock'. En 'oam' is in Beieren zoals 'ein' wordt uitgesproken. Op den duur heette het bier ook zo: 'Einbock'.
De arts, econoom en wetenschapper Johann Joachim Becher vermeldde in een boek een waar arsenaal van biersoorten. Hij noemde bieren uit de toenmalige Nederlanden (Delfts, Rotterdams, Bredaas, Haarlems, Gronings, Nijmeegs, Utrechts en Antwerps) – én Einbock.
Opvallend: het oorspronkelijke Einbecker kwam niet voor in Bechers overzicht. Dat was inmiddels nog slechts een kleine, lokale biersoort.

OlausMagnus
Olaus Magnus.

1729

'Einbock' werd uiteindelijk ook 'Ainbock'. Het bier zelf was nog altijd de Münchener variant van Einbecker of ampokhisch. Dat weten we dankzij de geleerde Johann Georg Keyssler die München bezocht. Hij liet ons in zijn reisverslag meegenieten van het lokale bier:
In München brouwt men elk voorjaar, en tot begin juni, een dubbel wit bier, Ainbock genoemd, dat zeer sterk is, en de smaak evenaart van het Engelse ale, dat echter beter houdbaar is.
Ook de Blätter für administrative Praxis noemden later de naam 'Ainbock'. De brouwtijd en het karakter ervan waren nog steeds dat van Einbecker. En het smaakte deze reiziger prima!

03AltendorferBerg

03AltendorferBerg

1761

Op den duur veranderde er nog iets in het bier zelf. Brouwverordeningen rekenden ‘het gewone bruine bier en de zogenoemde Ainbock’ tot de hoofdsoort ‘bruin bier’. Ainbock was in enkele decennia dus donkerder van kleur geworden - van 'wit' (bleek, licht), zoals het aloude Einbecker, naar bruin. Naar de reden daarvoor kunnen we alleen gissen. Misschien ging de voorkeur van bierdrinkers inmiddels uit naar donkerder bier.

03AltendorferBerg

-- Adverteerders --

© 2017-2022 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur