Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Ingrediënten

Granen, water , kruiden en gist vormen nog steeds de hoofdbestanddelen van bier. In Duitsland werd in 1516 zelfs het beruchte 'Reinheitsgebot' ingevoerd, dat voorschrijft dat bier alleen water, gerst, tarwe, hop en gist mag bevatten. Als andere zaken waren toegevoegd mocht de drank geen bier worden genoemd. Destijds was het een prima wet, want bier was vooral vroeger een bederfelijk product en er werd nogal eens met bier geknoeid. Tegenwoordig is dat gevaar een stuk minder, maar aan het Reinheitsgebot wordt in de Duitse biercultuur nog steeds veel waarde gehecht. In landen als Nederland en België daarentegen werd juist veel geëxperimenteerd met diverse granen en kruiden. De steden kenden een breed aanbod van bieren, die verschilden in soort en sterkte. Het was een beetje te vergelijken met het huidige aanbod van speciaalbieren.

Los van zaken als schaalvergroting en automatisering is het wordingsproces van bier sinds de Sumeriërs niet wezenlijk veranderd: het graan wordt in de week gezet om de suikers op te lossen, men voegt kruiden toe voor de smaak en de houdbaarheid, vervolgens laat men het aftreksel een tijdje gisten tot het op smaak en sterkte is gekomen. Tijdens dit proces kan er echter van alles misgaan, waardoor het bier minder lekker wordt of zelfs bederft. Brouwers hadden tal van middeltjes waarmee ze dat probeerden te verdoezelen1. Pas in de 19e eeuw ontwikkelden wij de kennis om het brouwproces scheikundig te doorgronden. Sindsdien kunnen we dit proces beter beheersen. Nog altijd is het brouwen van een goed bier een vak op zich, maar voor 1850 gold bierbrouwen bijna als een kunst, die van vader op zoon en van generatie op generatie werd doorgegeven. Een goede bierbrouwer of -brouwster was dan ook een alom gerespecteerd persoon.

2.2 Brouwende Monnik
Brouwende monnik

1 Zie hiervoor met name W. van Lis, p.43 en J. Buys, p.50.

-- Adverteerders --

© 2017-2018 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur