Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

De waterkwaliteit

Het water voor het bier werd tot in de 19e eeuw direct uit de gracht of de rivier de bierketels in geschept. Dat is iets dat wij ons vandaag de dag maar moeilijk kunnen voorstellen. Een gracht roept bij de meeste mensen nog steeds de associatie op met een 'open riool'. Deze situatie gold echter maar een relatief korte periode, zeg maar van eind 19e tot eind 20e eeuw. Voor steden met stilstaand water was de situatie wel ongunstig, zoals we al zagen, maar steden met stromend water kregen in het algemeen vrij goed water aangevoerd, dat bovendien steeds werd ververst. Dat gold ook voor grachten die werden gevoed door beken of rivieren. Zo is de Oudegracht in Utrecht in feite een voortzetting van de Kromme Rijn, die bekend staat om zijn zuivere water. In Amersfoort gold hetzelfde voor de Lange en de Korte Gracht, die gevoed worden door de Heiligenbergerbeek. In Groningen maakten de brouwers gebruik van het uit Drenthe aangevoerde water van de A, en zo profiteerden veel steden van vers water uit het achterland.
Natuurlijk kwam er van alles in de stadswateren terecht, maar open riolen waren het zeker niet. De kwaliteit van het water was juist een grote zorg voor de stadsbesturen. Tal van maatregelen en verordeningen moesten er voor zorgen dat het water schoon en bevaarbaar bleef. Weliswaar loosden sommige huizen rechtstreeks op de gracht, maar de meeste fecaliën kwamen in beerputten terecht die werden geleegd en waarvan de inhoud op strontkarren werd afgevoerd om te worden vermengd met straatvuil en verkocht als mest aan boeren en tuinders. Er waren wel uitzonderingen, zoals Leiden, waar veel huizen wel op open water loosden, en de kwaliteit van het water in Haarlem en Amsterdam was ook slecht. Hier moest het water dan ook met waterschuiten van elders gehaald worden.  
Vervuiling van het oppervlaktewater begon echt ernstig te worden met de aanleg van rioleringsstelsels, eind 19e eeuw. Deze stelsels loosden wel op open water. Samen met de opkomst van de industrie, die ook op open water loosde, zorgde dit vanaf het einde van de 19e eeuw voor onaanvaardbare situaties. Gelukkig viel dit samen met de opkomst van waterleidingmaatschappijen, waardoor we ons er aanvankelijk niet zo druk om maakten. Het lozen op open water is de laatste decennia sterk aan banden gelegd. In veel steden is de waterkwaliteit inmiddels zo goed, dat we er eventueel weer bier van zouden kunnen brouwen1.

4.3.2 Oudegracht en De Boog
Brouwerij De Boog aan de Oudegracht in Utrecht

1 In oktober en november 2017 is door de brouwers van Hommeles een prima bier gebrouwen met water uit de Utrechtse Oudegracht.

-- Adverteerders --

© 2017-2019 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur