Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Hengelosche Bierbrouwerij B.V.

Brouwerij

Opgericht: 1879
Gestopt: 1988

Namen

(1879-1919) Hengelosche Stoom Beiersch Bierbrouwerij Meyling & Bartelink
(1919-1974) N.V. Hengelosche Bierbrouwerij
(1974-1988) Hengelosche Bierbrouwerij B.V.

Etiketten: Bieretiketten.nl

Provincie: Overijssel

Vestigingsadres

Parallelweg 51 7553 LH Hengelo (O.) (gemeente Hengelo)

Geschiedenis

Op 1 juni 1879, wanneer de populariteit voor het nieuwe ondergistende bier steeds verder toeneemt, openen H. Meyling en J.H. Bartelink de Hengelosche Stoom Beiersch Bierbrouwerij in de buurt van het pas geopende treinstation in Hengelo. In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 18 maart 1891 verscheen het volgende interview waarin de toenmalige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de directie werd ervaren:

De heer Bartelink, lid der firma Meyling en Bartelink, bierbrouwer te Hengelo, heeft een personeel van een dertig man. gemiddeld wordt f8,20 per week gemaakt. Jongens zijn niet in dienst, daartoe is het werk te zwaar; er worden er geen aangenomen onder de 19 en 20 jaar. V. Hoe komt gij in de regel aan geschikte werklieden? A. Zij bieden zich aan in het voorjaar; het zijn meest boerenknechts, die trouwen willen. V. Hoe leeren de werklieden, die zich bij u aanbieden om in de brouwerij te arbeiden, het werk? A. Heel moeilijk. Het wordt hun herhaalde malen voorgedaan door de anderen en door den brouwmeester met heel veel geduld en ook dikwijls met heel veel standjes. Van de vijf blijken in den regel vier ongeschikt. Er worden onder die boerenjongens zoo weinig, die te dresseeren en werkelijk te vertrouwen zijn; zij moeten altijd nagegaan worden; dingen, die zij duizend keer gedaan hebben, moeten nog herhaaldelijk geinspecteerd worden. De liefde die bijv. in Duitschland de lieden voor hun bedrijf hebben, komt hier bijna niet voor. Zij doen alles machinaal. V. Kunt gij opmerken, dat zij voorliefde hebben voor de textiel-industrie? A. Ja, wij moeten ze met geweld vasthouden, daar de meesten. zelfs tegen geringer loon, liever in de weverijen werken. V. Hoe is uwe verhouding tot uwe werklieden? A. Ik geloof goed; ik kan alles met hen gedaan krijgen. Get. deelt verder mede dat het bier ook des zondags moet rondgebracht worden, alhoewel het liever niet wordt gedaan. Het zondagswerk in de brouwerij zelf is in de laatste jaren zeer beperkt, daar nu zaterdags geen brouwsels meer worden gemaakt. Vrijdag nacht gaat het brouwsel in den kelder en dan wordt het in de loop van zaterdag behandeld. V. Hoe koud is het in de kelders, waarin de werklieden moeten werken? A. In den gistkelder 4,5 a 5 graden. Réaumur, in den bierkelder 0 of 1/2 graden Réaumur. V. Kunt gij opmerken, dat de werklieden hinder hebben van het werken in die koude temperatuur, of van den overgang van warme in koude lucht? A. Die in den kelder werken, blijven er den geheelen dag in, komen er alleen uit bij schafttijden en doen zoo weinig mogelijk werk in de lokalen, buiten den kelder. Voordat zij in den kelder gaan, hebben zij behoorlijk tijd om zich in den voorkelder, waar het niet zo koud is, af te koelen en een jas aan te trekken. V. Hebt ge niet veel met ziekten onder de werklieden te kampen? A. Niet meer dan andere fabrikanten. Toen wij vroeger bij ziekte het volle weekloon uitkeerden, hadden wij er veel last van; nu wij evenwel slechts het halve loon geven, heel weinig.

Tijdens de eerste wereldoorlog ontstaat een grondstoffentekort doordat de aanvoer van gerst en hop uit het buitenland stagneert. De brouwerij wordt daarom stilgelegd en de firma Meyling en Bartelink wordt geliquideerd. Kort daarna, op 31 maart 1919, richt de familie Meyling de N.V. Hengelosche Bierbrouwerij op en wordt de productie hervat. Wanneer H. Meyling in 1921 overlijdt wordt de directie overgenomen door zijn zoons G. en H. De brouwerij groeit uit tot een van de grotere brouwerijen van het land. Deze groei wordt voortgezet onder J.W. Meyling, die vanaf 1961 de directie voert. De productie wordt meer en meer op het thuisverbruik gericht met de opening van een nieuwe bottelarij in 1965.

De Hengelosche bierbrouwerij blijkt echter te klein om de concurrentie van de steeds groter wordende brouwerijconcerns het hoofd te bieden. In 1974 starten de gesprekken met de Belgische bierbrouwerij Stella Artois die op 11 juli van dat jaar leiden tot een overnameovereenkomst. De brouwerij blijft als zelfstandige dochteronderneming, De Hengelosche Bierbrouwerij BV, produceren. Naast het A-merk Hengelo Bier bestaat deze productie voor 70 procent uit de B-merken zoals TapBier, Brau Pilsener en Brouwmeester Pils. Wanneer een van de grootste klanten, de firma Albrecht (Aldi) besluit om de bieren van haar huismerk voortaan bij Bavaria af te nemen, wordt de brouwerij op 1 april 1988 gesloten.

Eigenaren

(1879-1988)
(1879-1988)
(1879-1988)
(1879-1988)
(1879-1988)

Niet meer gebrouwen bieren (20)

-- Adverteerders --

© 2017-2020 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur