Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Bierbrouwerij De Koningshoeven

Brouwerij

Opgericht: 1884
Telefoon: 013-5358147
Fax: 013-5437472
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Provincie: Noord-Brabant

Etiketten: Bieretiketten.nl
Externe Links: Facebook Website Website

KvK-nummer: 18042956

Vestiging Bierbrouwerij De Koningshoeven

Bezoekadres:
Eindhovenseweg 3
5056 RP Berkel-Enschot (gemeente Tilburg)

Proeflokaal: Ja
Openingstijden: In de kloosterwinkel, op het terrein van het klooster, worden de bieren van La Trappe Trappist verkocht. Maar ook bijbehorende glazen en geschenkverpakkingen, trappistenkaas uit eigen kaasmakerij, honing uit eigen imkerij en door de broeders zelf gemaakte koekjes, chocola, bierbostelbrood, worstenbrood en rozijnenbrood. Verder worden in de kloosterwinkel artikelen verkocht uit andere kloosters, zoals: zeep, kaas, jam en mosterd. Voor openingstijden zie website kloosterwinkel.
Het proeflokaal dankt haar naam aan het oude gebouw waar de trappistenbieren van La Trappe Trappist door monniken werden getest op geur, smaak, helderheid en kwaliteit. Voor openingstijden en meer informatie zie website proeflokaal
Rondleidingen: Ja . Tijdens een rondleiding door de brouwerij ga je in drie kwartier langs alle facetten van het productieproces en langs alle karakteristieke gebouwen op het brouwerijterrein. Je krijgt een korte film te zien waarbij je in circa 15 minuten alles leert over het kloosterleven en de historie van de brouwerij. Als afsluiting kan er natuurlijk geproefd worden in het proeflokaal. Zie website voor meer informatie.

Postadres:
Postbus 394
5000 AJ Tilburg

Geschiedenis

* La Trappe 'n bier dat je bewust drinkt!

* La Trappe Trappistenbier Monnikenwerk uit Nederland (1992-1994)

      - Soms geniet je Dubbel soms Tripel
      - "Da mihi paululum bibere"

* La Trappe Trappistenbier Neerlands Enige Trappist (1998)

Als men bij "De Schaapskooi" onder de - niet meer in gebruik zijnde - mouttoren doorgaat kan men boven deze doorgang het beeld van Sint Benedictus (Italiaanse monnik, stichter van de orde der Benedictijnen) zien met het bijschrift "Tunc vere monachi sunt si labore mauum suarum vivunt" (dan zijn zij waarlijk monniken als zij van de arbeid hunner handen leven, Regel H. Benedictus Hoofdstuk 48). Trappisten zijn i.t.t. de Norbertijnen (wereldgeestelijken) en de Benedictijnen (schriftgeleerden) altijd echte werkezels geweest die streng afgesloten in kloostergemeenschappen leefden. Deze afgeslotenheid en het feit dat zij zelf de landbouw (teelt van o.a. gerst) beoefenden zijn naar alle waarschijnlijkheid de hoofdredenen geweest dat men thans alleen nog kloosterbrouwerijen van de Trappisten kent. 

Omdat het klooster dichter bij de kom van Tilburg ligt dan bij de kom van Berkel-Enschot, spreekt men in de volksmond van de Tilburgse Trappisten. De merknaam die wordt gevoerd, La Trappe, is ontleend aan het klooster in Normandië waar de stichter van hun orde abt was. De Abdij 'Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven' werd in Berkel-Enschot bij Tilburg gesticht op 14 februari 1881, door de Franse monnik Sebastianus Wyart (1839-1904), de Abt van Katsberg. In dat jaar vestigden zich een klein aantal Cisterciënzer monniken, afkomstig van de Abdij Saints Marie du Mont gelegen in Frans Vlaanderen, in het gebied grenzend aan drie gemeenten: Tilburg, Moergestel en Hilvarenbeek. Deze monniken vluchtten uit Frankrijk weg, omdat bij het uitbreken van de Franse revolutie in 1789 kloosters verboden werden. De Tilburgse wolfabrikant Caspar Houben gaf hun een drietal hoeven met 50 ha grond in bruikleen. Deze hoeven waren onderdeel van een complex van 9 hoeven die eerder eigendom van Koning Willem II waren geweest, vandaar de naam Koningshoeven. Op 7 oktober 1883 wordt Pater Nivardus tot prior geïnstalleerd en is Koningshoeven een priorij. Pater Prior Dom Nivardus heette met zijn familienaam Schweijkart en was de zoon van een vermogend brouwdirecteur uit München. Vader Schweijkart heeft er met zijn financiële ondersteuning ook voor gezorgd dat Koningshoeven later verschillende stukken grond heeft kunnen aankopen.

De paters-trappisten dachten door landbouw in hun onderhoud te kunnen voorzien. Het was echter niet makkelijk om met deze arbeid de kosten van levensonderhoud te betalen. De paters zochten naar een andere vorm van inkomsten. In 1884 werd besloten om bier te gaan brouwen. Dit jaar geldt dan ook als oprichtingsjaar van de brouwerij.

Benedictinus stelde ooit in zijn leefregels:
- Dan zijn zij waarlijk monniken als zij van den arbeid hunner handen leven.
- Monniken moeten de drank drinken die in de streek gewoon is.

Na het verkrijgen van een vergunning (op 13 april 1885) begonnen de paters een bierbrouwerij en een mouterij. Broeder Isodorius Laaber werd al in februari van dat jaar naar München gestuurd om daar het brouwen te leren. Broeder Romualdus Frech zorgde intussen voor de bouw van de noodzakelijk gebouwen. Broeder Isodorius had echter voornamelijk kennis gemaakt met het ondergistende brouwproces en men wilde bovengistende bieren gaan brouwen. De eerste twee brouwsels mislukten dan ook volledig. In 1886 kregen de trappisten eindelijk succes en werden een geduchte concurrent voor de andere Brabantse brouwers. In 1889 kocht Dom Nivardus een nieuwe koelmachine en andere noodzakelijke dingen. Maar de brouwers uit Tilburg en omgeving, beducht voor concurrentie, sloegen aan het reclameren. Het is vooral aan de invloedrijke Tilburgse Pater De Beer te danken dat deze storm tot bedaren kwam, In 1890 werd gestart met de bouw van een grotere brouwerij en mouterij. Deze brouwerij kreeg al spoedig de naam die een van de hoeven in de volksmond had, nl. De Schaapskooi. In 1892 werd een stoommachine van 60PK geplaatst. Men koppelde hieraan een dynamo, waardoor men zelf stroom kon opwekken. Als eerste brouwerij in Brabant werd door de paters kunstmatige koeling toegepast. Men brouwde in eerste instantie om te voorzien in het eigen levensonderhoud. Met de inkomsten uit de brouwerij kon het prachtige klooster O.L.V. van Koningshoeven worden gebouwd, dat in 1890 betrokken werd.

Broeder Romualdus raakte echter door alle drukke werkzaamheden overwerkt en begin 1893 moest hij dan ook de leiding over de brouwerij opgeven. Het uitvallen van deze bijna onmisbare kracht veroorzaakte een inzinking in het bedrijf. Broeder Isodorius was een goed brouwer, doch echter geen zakenman. Ook hij bleek het bedrijf niet aan te kunnen. Daarom stond dom Jerôme Parent in augustus 1892 père Joseph Boeuf voor het dochterhuis af. Zijn komst scheen een herleving in te luiden, maar hij werd ziek en vertrok begin 1893. Een maand later nam Albert Blas'l, een Elzasser brouwingenieur, gewoonlijk monsieur Albert genoemd, het directeurschap op zich, kort daarop gevolgd door de brouwmeester André Richl, eveneens een Elzasser.  Ondanks hun kennis voldeden deze heren niet. De reddende engel streek pas in april 1895 neer. Pére Lèon van Hoorne, cellerier van de Abdij Saints Marie du Mont (de Katsberg) en een zeer bekwaam econoom, kwam leiding over het bedrijf geven. Hij werd bekend om zijn bier 'Bernardiner Brau', een Bière Délicieuse. Hij begon ook met de produktie van andere dranken, o.a. cognac en likeur, uit angst voor een biercrisis. Ook werden er, op aandrang van père Léon, enige jonge monniken op uit gestuurd om de waar aan de man te brengen. Nivardus Muis reisde in bier en drie anderen in cognac en stoffen. Natuurlijk was dit reizen moeilijk verenigbaar met het monastieke leven, en het werd als een noodzakelijk kwaad beschouwd, waaraan zo gauw mogelijk een einde moest komen. Opgemerkt moet worden dat deze handelsreizigers uitsluitend kloosters, gestichten en pastorieën bezochten. Onder het kundige directeurschap van père Léon was het bedrijf met sprongen vooruit gegaan. Maar op de Katsberg zag men meer heil in de weverij dan in al die dranken. Om die reden werd père Léon, die trouwens nog steeds econoom van de Katsberg was, in het voorjaar van 1897 naar huis teruggeroepen. Na het vertrek van deze initiatiefvolle man verdwenen geleidelijk de door hem ondernomen fabrikages. Mede oorzaak hiervan was de toen in Nederland opkomende drankbestrijding, waarvan, onder de katholieken, de grote sociale priester Alphons Ariëns de voornaamste stuwkracht werd. Bisschop en geestelijkheid lieten zich afkeurend uit over de verkoop van cognac en likeur door trappisten.

Op 7 januari 1897 werd Broeder Serapion Tunders hoofd van de brouwerij en hij heeft de leiding 50 jaar behouden. Onder zijn leiding ging het financieel zeer goed met de brouwerij. In 1909 onderbrak men het brouwen, wegens een conflict mt de toenmalige abt dom Willibrord Verbruggen. Tijdens WO-I en WO-II werd er ook niet gebrouwen. Broeder Eligius Martens volgde Broeder Serapion Tunders in 1955 op. Hij had geen gemakkelijke taak, omdat de verkoop van bier na de oorlog sterk was gedaald. Na 1946 is de brouwerij gaan uitbreiden. Omdat geld hard nodig was, werd in 1950 gestart met de fabricage van limonade. Er werd gebouwd en verbouwd, in 1953 kwam er een nieuw brouwhuis met een grote nieuwe brouwketel, in 1954 een nieuwe pasteuriseermachine. Er kwam een nieuw laboratorium (1959), de bottelarij werd groter (1964), de kantine werd gebouwd (1965) en er kwamen nieuwe gistkelders (1967). De brouwerij floreerde weer! In 1959 haalt men een produktie van 35.000hl, echter voornamelijk pils. Bieren die in deze tijd gebrouwen werden zijn o.a. bokbier, Trappistenbier Super en het sinds 1958 gebrouwen La Trappe. Er kwamen steeds meer leken in de brouwerij te werken, op den duur zelfs 120. In de brouwerij kwamen steeds minder monniken te werken. Broeder Eligius werd voortaan bijgestaan door Pater Adelbert, voor commerciële zaken, Broeder Theodoor, voor technische zaken, en Broeder Jan, die brouwmeester was. De brouwerij had in de regio veel café's en het pils werd overal in Nederland verkocht.

De brouwerij groeide echter uit tot een grootte die niet meer in verhouding stond tot de opzet van het klooster. In 1969 brouwde men namelijk 35.000 hl bier en waren er 130 werknemers in dienst, waarvan ca. 100 van leken. Omdat de brouwerij te commercieel was geworden en niet meer beantwoordde aan de opdracht van de stichter van de orde, werd in dat jaar de apparatuur verkocht aan brouwerij Artois te Leuven, die tevens een huurcontract afsloten voor een periode van 10 jaar. Tevens werden de horecapanden overgenomen. Na verloop van tijd geeft Broeder Eligius - hij zag het niet meer zitten - het directeurschap over aan Broeder Jan. De produktie werd echter langzaam overgeheveld naar Dommelen en Artois vond het in 1979 dan ook economisch niet meer verantwoord om de brouwerij in Tilburg, naast de Dommelsche Bierbrouwerij, te blijven exploiteren. Het huurcontract werd op 1 april 1979 niet meer verlengd. De burger-werknemers werden overgeplaatst naar de Dommelsche Bierbrouwerij, en de paters namen zelf het brouwen weer ter hand met de teruggekochte apparatuur van Artois. 18 januari 1980 werd de herrijzenisdatum van brouwerij "De Schaapskooi" en Broeder Eligius kwam opnieuw aan de leiding. Op het laboratorium kwam de jonge Pater Godfried te werken, deze zou in 1983 de leiding overnemen. Novicen werden twee middagen op de bottelarij te werk gesteld, zes niet-monniken werkten nu nog op de brouwerij. Men concentreerde zich op het La Trappe Trappistenbier. De produktie van het bier werd in het begin bewust laag gehouden, er werden drie brouwsels per maand gemaakt, wat neer kwam op 300hl. La Trappe was tot in het begin van de jaren '80 het enige bier van hoge gisting in Nederland. 

Na een verbouwing van anderhalf jaar werd op 26 juni 1990 het nieuwe brouwhuis officieel in bedrijf genomen. Voor ruim vijf miljoen gulden werd binnen het bestaande gebouw en naast het oude brouwhuis een heel moderne brouwinstallatie geïnstalleerd. Het brouwproces kan geheel per computer beheerst worden. De maximale produktie ligt op het dubbele van de oude installatie. De produktie blijft echter vrijwel gelijk, doordat men minder vaak gaat brouwen. Het oude brouwhuis met de mooie koperen ketels blijft bestaan en is ingericht als museum vanwaar men via een groot raam een kijkje kan nemen in de nieuwe brouwerij.

In 1979 werd brouwmeester Harrie Vermeer aangetrokken. Op 1 augustus 1990 trad Pater Godfried terug als brouwerij-directeur. Iemand van buiten het klooster, Peter Peeters, werd aangetrokken als nieuwe directeur. In de brouwerij (en ander onderdelen van het klooster) worden ook diverse mensen van de Dienst Sociale Werkvoorziening (DSW) te werk gesteld. In 1994 werd de renovatie van de brouwerij afgerond. In 1995 ging men echter vrolijk verder met uitbreiden: vier nieuwe gisttanks, met een inhoud van 52.500 liter per stuk, vervingen de oude gisttanks. De  gistingscapaciteit werd hiermee verdubbeld.

Door het teruglopen van het aantal monniken, maakte men zich zorgen over het voortbestaan van dit Nederlandse trappistenbier. Immers, als er geen monniken meer brouwen, verliest men het recht op voeren van de beschermde naam Trappist.

Promotie
Sinds 1992 promotie, zelfs reclame op bussen.

Eigenaren/directie (1)

Brouwers (historie) (1)

Bieren (18)

Niet meer gebrouwen bieren (21)

Etiketbieren (3)

Niet meer gebrouwen etiketbieren (6)

-- Adverteerders --

© 2017-2018 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur