Facebook Twitter Instagram

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Bierbrouwerij Het Schaap

Brouwerij

Opgericht: 1854
Gestopt: 1920

Provincie: Overijssel

Vestigingsadres

Jufferenwal Zwolle

Geschiedenis

Bierbrouwerij Het Schaap werd in 1854 opgericht door Everhardus Schaepman en zijn zwager Antonius Hens. Everhardus Schaepman was arts en president van de afdeling Zwolle der Nederlandsche Vereeniging tot afschaffing van sterken drank en Antonius Hens van wijnkoper. Het was toentertijd niet ongebruikelijk voor drankbestrijders om bier te zien als een gezond alternatief voor jenever. De brouwerij aan de Jufferenwal in Zwolle werd overgelaten hun zoons Herman Schaepman en Gerard Hens.

Twee jaar na oprichting werd de firma Schaepman & Hens opgeheven en werd de brouwerij voortgezet door Herman Schaepman onder firma Schaepman & Co. Volgens een advertentie uit 1867 produceerde Het Schaap een breed assortiment aan bieren zoals onvervalscht Beijersch, Cambrinus, Princesse, Nieuwligt en Faro. Later werd er ook nog Pale Ale, Nieuw Dubbeld Schaapjes en Dubbeld Princesse gebrouwen.

In 1887 deed Herman Schaepman de brouwerij over aan Theodorus Corman en Johannes Comans. Theodorus Corman was brouwmeester van Het Schaap net als zijn vader Jan Corman, tot diens overlijden in 1857, en zijn broer Anton Corman, die in 1863 brouwerij Het Hert in Vlijmen ging leiden. De nieuwe eigenaren bleven de brouwerij voeren onder de firma H.T.J. Schaepman en Co. Zij engageerden een Duitsche brouwmeester en maakten de brouwerij geschikt voor het brouwen van ondergistende bieren. In 1890 werd het Nieuw Pilsener bier van de Zwolsche Stoombierbrouwerij geïntroduceerd, gevolgd door Dortmunder, Munchener en Bockbier. Daarnaast werden ook nog steeds bovengistende bieren gebrouwen.

Wijnhandelaar Johan van Reede trad in 1893 tot de vennootschap toe. Johannes Comans verloor zijn tekenbevoegdheid ten koste van de andere twee vennooten en werd meer speciaal belast met het reizen voor de zaak. De Zwolsche Stoombierbrouwerij had agenten in onder andere Leeuwarden, Arnhem, Venlo en Amsterdam en zocht zij in 1902 flinke agenten in plaatsen waar zij nog niet vertegenwoordigd is.

Na het vertrek van Theodorus Corman in 1904 werd de brouwerij verder uitgebreid en gemoderniseerd. Men stopte met de eigen mouterij en er kwam een nieuw Zoethuis, een nieuwe ijsmachine en een dynamo om elektrisch licht op te wekken. In 1905 lag er 10.800 hl bier in de  lagerkelder. Een jaar later verliet ook Johannes Comans de firma en bleef Johan van Reede als enige firmant over tot diens overlijden in 1911.

Het is onduidelijk wie daarna zeggenschap had over de firma H.T.J. Schaepman & Co., waarvan het Kantoor- en Fabriekspersoneel in 1914 openlijk dank betuigde voor het invoeren van den vrijen Zaterdagmiddag. De moeilijke economische omstandigheden tijdens en na de Eerste Wereldoorlog hebben de eigenaren waarschijnlijk bewogen om de brouwerij in 1920 aan Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij te verkopen. De raad van commissarissen van de HBM verwachtte met deze transactie het eigen afzetgebied met 8.000 hl te vergroten. De brouwerij werd stilgelegd en de inventaris verkocht.

Eigenaren (historie)

Brouwers (historie)

Bieren (17)

-- Adverteerders --

© 2017-2022 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur