Facebook Twitter Instagram

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Twentsche Stoom-Beijersch-Bierbrouwerij

Brouwerij

Opgericht: 1874
Gestopt: 1934

Etiketten: Bieretiketten.nl

Provincie: Overijssel

Vestigingsadres

Bornebroekschestraat Ambt Almelo (gemeente Almelo)

Geschiedenis

Op 14 september 1873 richtten de broers Wolterus en Jan Hagedoorn, koopmannen te Almelo, en Louis Kirchmann, bierbrouwer te Gütersloh (Duitsland), een handelsvennootschap op onder de firma Twentsche Stoom-Beijersch-Bierbrouwerij, Hagedoorn & Kirchmann met als doel het voor gemeenschappelijke rekening bouwen, daarstellen en exploiteren eener Bierbrouwerij. De bouw van de brouwerij aan de Bornebroekschestraat liep niet voorspoedig. Twee werklieden overleden als gevolg van een instortende muur. Vanaf 1874 was het Twentsch Beijersch niet alleen in Twente verkrijgbaar maar ook in Friesland.

Een grotere kapitaalinbreng van de broers Hagedoorn in 1876 verminderde de invloed van Louis Kirchmann. Toen in 1878 de derde broer, Gerrit Hagedoorn, tot de firma toetrad, was dit vermoedelijk voor Kirchmann reden om de vennootschap te verlaten. Hij zou in 1881 de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij in Den Haag oprichten. In 1885 werd ook de vierde broer, Johan Bertus Hagedoorn, medevennoot. De naam van de firma bleef onveranderd Hagedoorn & Kirchmann.

Met agenten in o.a. Delft, Arnhem en Assen groeide het afzetgebied. In 1886 mislukte een poging om de Wiener Bierbrouwerij van Cost Budde in Deventer over te nemen. Opmerkelijk is dat deze brouwerij vier jaar later door Louis Kirchmann werd geleid.

In 1888 werd de Twentsche brouwerij opgeschrikt door een rapport van dr. Leignes Bakhoven tijdens de wintervergadering van den Geneeskundigen Raad voor de provincien Overijssel en Drenthe. Leignes Bakhoven had 13 biersoorten onderzocht en in elf daarvan in meerdere of mindere mate salicylzuur, een schadelijk conserveringsmiddel, gevonden. Het meeste vond hij in het bier uit de Twentsche brouwerij van Hagedoorn en Kirchman. De brouwerij reageerde direct door verschillende doctoren en leeraren in de chemie aan eenige Hoogere Burgerscholen aan te schrijven met het verzoek hun bier op salicylzuur te onderzoeken. Uit de diverse reacties bleek dat in het Volksbier, Edelweiss en Bockbier geen enkel spoor van salicylzuur wordt aangetroffen. Ook het onderzoek naar de mogelijke bronnen van salicylzuur in de brouwerij en in de aangeleverde grondstoffen leverde niets op. Op de vergadering van bovengenoemde raad bracht H.F. Kuijper uitsluitsel. In zijn spreekbeurt over Het bier en de opsporing daarin van salicylzuur, zei hij dat Leignes Bakhoven een verkeerde onderzoeksmethode had gebruikt en dat met de Twentsche bieren niets aan de hand is.

Met de aanschaf van een ijsmachine in 1889 kon de productie worden opgevoerd. De zoektocht naar geschikt grondwater op het brouwerijterrein leverde weliswaar geen direct resultaat op, maar de vondst van goed brouwwater op andere terreinen in de buurt vormde tevens aanleiding voor de oprichting van de N.V. Algemeene Waterleidingmaatschappij.

Vanaf 1905 ontstonden er conflicten over de werkomstandigheden in de brouwerij tussen de directie en de Bierbrouwersbond. Aanvankelijk werden eisen over een 10-urige werkdag en betaling bij overwerk nog wel toegezegd, maar niet altijd ingewilligd. In 1908 ontstond een conflict over het ontslag van kuiper J. Wagenvoort. Wegens slapte van werk zei de directie, maar de arbeiders beweren hij is ontslagen omdat hij voorzitter was van de afdeeling Almelo van den Bond van werklieden, werkzaam in alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. De directie weigerde om Wagenvoort opnieuw aan te nemen waarna de bond opriep tot een boycot. Dit had tot gevolg dat van 9 tot 23 juni, de omvang van het afgeleverde bier daalde van 4.000 hl naar 1.000 hl. Desondanks hield de directie voet bij stuk. Ook deze affaire loopt met een sisser af toen Wagenvoort uiteindelijk zelf ontslag nam en vertrok naar Duitsland. Overigens wist de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders pas in 1928 een kollektief kontrakt af te sluiten met de Twentse brouwerijen uit Almelo, Hengelo en Enschede.

Na de Eerste Wereldoorlog bestond de directie uit Johan Bertus Hagedoorn, zijn zoon Hendrik Jan en hun neef Hendrik Wolter Hagedoorn Gz. Zij richtten zich op uitbreiding van de afzet door het aankopen van cafés. Tenslotte leidde de economische crisis van de jaren 1930 tot de ondergang van de brouwerij. In de jaren 1932 en 1933 werd flink verlies geleden en in 1934 moest surseance van betaling worden aangevraagd. Datzelfde jaar werd de brouwerij gesloten. De inventaris, cafés en klanten werden overgenomen door Heineken, de Hengelosche Bierbrouwerij en De Klok. De fabriekspanden werden in 1935 door brand grotendeels verwoest.

Eigenaren

(1873-1915)
(1873-1909)
(1873-1878)
(1878-1890)
(1885-1931)
(1916-1934)
(1916-1934)

Niet meer gebrouwen bieren (10)

Overig

Bockbier Dortmunder Export Bier Edelweiss Gerste Bier Lager Bier Münchener Bier Oud Bruin Twentsch Pilsener Volksbier Winterbier

Aanvullingen voor deze pagina kunnen worden doorgegeven via feedback-knop

-- Adverteerders --

© 2017-2024 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur