Facebook Twitter Instagram

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Het gruithuis

In het centrum van het Gelderse Elburg staat in de Krommesteeg een prachtig gerestaureerd gruithuis. Het moet rond 1400 zijn gebouwd, in de periode dat de productie van gruitbier eigenlijk op zijn eind liep. In dit bedrijfsgebouw werd in de middeleeuwen gruit gemaakt.

Gruithuis
Foto: Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop

Hoe ze dat deden weten we enigszins uit middeleeuwse rekeningen die van enkele stedelijke gruithuizen zijn bewaard gebleven, zoals die van Deventer, Zutphen en Zwolle. Er was een vaste voorraad kruiden aanwezig, bestaande uit gagel, laurierbessen, berglaserkruid en hars, waarvan men een mengsel maakte. Daarnaast werd mout ingekocht, of graan om mout van te maken. In het pand stond een rosmolen, waarmee een paard een molensteen aandreef die de mout en de kruiden maalde. In een grote koperen ketel werd een moutbeslag gemaakt en in aparte vaten werd ‘de gruit gezet’ om te gisten. Uiteindelijk verkocht men de gruit als vloeibare substantie in houten vaatjes aan brouwers.

In een gruithuis werkte een functionaris die de gruiter werd genoemd. Het kon een man of een vrouw zijn. Deze had een of twee assistenten en ook een molenaar leverde zijn diensten. Een gruithuis was aanvankelijk eigendom van een graaf of bisschop, maar kon later in handen zijn gegeven van een adellijke familie, een kerk, een kloosterorde of een stad. Sommige families werden zo rijk van de productie van gruit, dat ze zich Van den Gruithuis of Van Gruithuizen gingen noemen, zoals in Arnhem of in het Vlaamse Brugge, waar het gruithuis en de familiewoning nog als een waar paleis de stad opsieren.

Het gruithuis in Elburg was in handen van de adellijke familie Van Putten. Het is een van de weinige monumenten waarvan we weten dat het de functie van gruithuis heeft gehad. Begin vijftiende eeuw zijn in diverse steden gruithuizen afgebroken omdat brouwers overstapten op de productie van hopbier, waarvoor ze geen gruit meer gebruikten. Van sommige plaatsen weten we nog waar het gruithuis heeft gestaan, zoals in de Servetstraat onder de Domtoren in Utrecht, in de Polstraat tussen IJssel en Brink in Deventer en aan de Rijkenhage langs de Berkel in Zutphen. Het Groethof in ’t Ven ten noorden van Venlo is mogelijk het gruithuis van deze stad geweest en moet rond dezelfde tijd zijn gebouwd als zijn tegenhanger in Elburg. Dit pand maakte deel uit van het gelijknamige landgoed. Het werd rond 1960 gesloopt om plaats te maken voor het bedrijventerrein De Veegtes.

etiket De Gruyter

De achternaam De Gruyter herinnert nog aan het ambacht van het maken van gruit. Supermarktketen De Gruyter verkocht in de jaren 1950-1970 bier onder eigen merk. Dit werd gebrouwen bij de Dommelsche Bierbrouwerij.

Tijdvakken:
Oerbier (–900)
Gruitbier (900–1300)
Hoppenbier (1300–1550)
Het vrije bier (1550–1650)
Bier in verval (1650–1835)
Beijersch bier (1835–1980)
Verscheidenheid in bier (1980–)

Tags: Tijdvak Gruitbier (900-1300), Beroepen, Ingrediënten, Regelgeving

-- Adverteerders --

© 2017-2024 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur