Facebook Twitter Instagram

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Eerder verschenen Blogs

Negentig procent

1 december - Raymond van der Laan.

In de jongste editie van HOP!, de gids voor bierliefhebbers die door grootgrutter Albert Heijn aan de clientèle beschikbaar wordt gesteld, las ik een interview met Micha Peute. Hoofdbrouwer bij Hertog Jan. Hij zegt daarin onder andere, en ik citeer: “Als ik de barmensen vroeg hoeveel van de gasten pils drinken en hoeveel speciaalbier, bleek bijna altijd dat 90 procent pils drinkt en de rest speciaalbier. Voor die 90 procent is er dus maar keuze uit één biersoort terwijl er voor die 10 procent speciaalbierdrinkers veel meer taps beschikbaar zijn”, en “in de bierwereld komt de liefde voor beide stijlen [t.w. pils en speciaalbier] minder voor”.

U begrijpt dat ik het hier over moet hebben. Hier sta ik, ik kan niet anders.

Aantal cafés droogt steeds sneller op BoldData
Bron: Folder Albert Heijn

De citaten schijnen een helder licht op een scheiding der geesten. Kennelijk zijn er mensen die ‘normaal’ pils (dixit Micha) drinken, en zij die ander bier drinken. En al denk ik, en misschien u ook wel, dat zo’n onderscheid nergens voor nodig is – sommige van mijn beste vrienden drinken pils – het is kennelijk niet de heersende mores. 90% versus 10%, poehee. Het is wel duidelijk wat er in Nederland door de tapkranen stroomt anno 2023.

Dat is nou niet bepaald het resultaat wat je van een ‘bierrevolutie’ verwacht, nee. Als bij de Franse revolutie van 1789 90% van de aristocratie het had overleefd was die opstand de boeken in gegaan als het Sneue Stokbroodoproer, een kleine annotatie ergens in een vergeten academisch werk, en was alles bij het oude gebleven. Niks geen vrijheid, gelijkheid en broederschap. Nee, de zogenaamde bierrevolutie is met deze cijfers in de hand slechts een kleine oprisping in de biervariatie te noemen.

Het interview schijnt indirect ook licht op iets anders. Want als de opkomst van brouwerijen, bierwinkels, taprooms en wat dies meer zij in de afgelopen jaren niet meer is dan een oprisping, en het kenmerk van een oprisping is dat ie komt en gelukkig ook weer gaat, hoe verhoudt zich dit dan tot de ervaring die de meeste lezers van dit blog hebben? Namelijk dat er een wereld is waarin er op biergebied van alles bloeit dat ons telkens weer boeit. Een wereld die met elke release, collab, festival, prijsuitreiking of publicatie steeds rijker en intenser wordt. Een wereld waar we ons graag in bewegen omdat er zoveel moois te ontdekken is en zoveel te beleven valt. Waar we elkaar bijna allemaal kennen, wat voelt als een warm bad. De taartpunt van het-bier-dat-geen-pils-is beslaat kennelijk 10% van het hele baksel, maar in die punt is het wel een drukte van belang.

Een drukte van belang, en een die steeds drukker wordt, maar kennelijk op een beperkt stukje aarde. En dan gaan mijn gedachten met me aan de haal. Brengt dat misschien een zeker neveneffect met zich mee? Bestaat er een risico dat de Nederlandse bierwereld zich ontwikkelt in de richting van een wat in zichzelf gekeerde, aan het eigen navelpluis pulkende club waarvan de leden voor een groot deel voornamelijk met elkaar bezig zijn? Of is en blijft die Nederlandse bierwereld een van exploratiedrang en creativiteitsexplosies pulserende bijenkorf waar het zoemt en gonst van de hunkering naar het bereiken naar nieuwe werelden, where no one has gone before? Ik weet niet hoe het u vergaat, maar deze materie houdt me wel eens bezig. Wat u zegt, de vraag wat er vanavond weer op tafel moet komen is ook geen gemakkelijke hoor.

Wie wat cynisch is aangelegd vindt genoeg bevestiging dat dat risico zich inderdaad manifesteert. Die ziet al jaren dezelfde namen en gezichten die het vaderlandse biertoneel bevolken, en uit een tamelijk vaststaand repertoire hun sketches, conferences en liedjes opvoeren, waar het publiek nochtans geen genoeg van kan krijgen, al blijft dat publiek beperkt in omvang. Wie er gevoelig voor is ontwaart zelfs hier en daar sektarische trekjes. De cynicus ziet de naar binnen gekeerde blik.

De optimist heeft ook genoeg om uit te kiezen. Die kijkt naar de jongere generaties, voor wie het hebben van een keuze in bier een alledaags gegeven is. Een groep die de weg weet in bierland, en er verder ook niet meer van maakt dan het is. Of die kijkt naar de ondernemers die in bier een middel zien, geen doel, om hun ondernemerschap in te vullen. Ja, het is even wennen, maar ook Alfred H. verkocht op de eerste plaats gezelligheid. De optimist kijkt naar toprestaurants als Herberg Onder de Linden, Feu of De Nieuwe Winkel; juist omdat ze bier aan tafel een plek geven – ergens tussen de kombucha, wijn en cider in – ondanks het feit dat gevarieerd bier ‘lastig’ aan de gewone man te brengen is. Dappere bierliefhebbers die hun sportvereniging, kantoorvrijmibo of buurtfeest opluisteren met een bierproeverij. Opleidingen tot brouwers en biersommeliers die al honderden alumni afleverden. De optimist ziet de naar buiten gekeerde blik.

Ondertussen rammelt de realiteit aan de poorten. Brouwerijen en winkels die de deuren sluiten, minder interesse voor biervariatie in de reguliere horeca, een nog altijd matig geïnformeerde bediening in diezelfde horeca, het door een luie onwetendheid gevoed dedain in wat men het gastronomische wereldje noemt, en tanende aandacht in de media, wat overigens niet wordt geholpen door het gebrek aan aandacht die de meeste brouwerijen aan hun communicatie besteden. Wat er nog bij komt aan brouwerijen en winkels hanteert gedurende hun doorgaans korte leven nog altijd zonder schroom het adjectief ‘speciaal’ voor zichzelf, en dat is deze keer niet eens zo’n gekke woordkeuze.

De Nederlandse bierwereld staat op een tweesprong. Welke kant gaat het op? Blijft iedereen binnen dat behaaglijke taartpuntje in een op hol geslagen carrousel selfies nemen van elkaar, of worden de grenzen van die taartpunt verlegd? Doorgaan op de oude voet in dat warme bad, en zo het risico lopen langzaam als een zachtjes aan de kook gebrachte kikker terugglijden naar het tijdperk van een verschoten linnen tasje om de nek, licht verdwaasd om je heen kijkend naar dertien tentoongestelde bockbieren? Of uit de bubbel breken, en een nieuwe realiteit creëren? Een realiteit die een onlosmakelijk onderdeel is van de samenleving zoals die andere 90% van de mensen die ervaart. Geen mens die in zo’n realiteit nog opkijkt bij de keuze in bier, laat staan die keuze ‘speciaal’ noemt. Waar in een interview met Micha Peute in de volgende HOP! gids het s-woord helemaal niet meer voorkomt.

Dat eerste, dat gaat vanzelf. Hoeft niemand iets voor te doen. Dat tweede, dat vereist moed. Want dat kan naar mijn mening alleen maar gebeuren als er wordt samengewerkt. De sleutel ligt bij de brouwerijen zelf. Communiceer samen. Positioneer samen. Verkoop samen. Onderricht samen. Ontwikkel samen. Spring samen over je schaduwen heen en denk niet dat die andere brouwerijen je concurrent zijn. Het zijn je strijdmakkers. Samen in de strijd ter vergroting van die taartpunt. De bubbel verbrijzelend.

In een eerder blog heb ik in de afsluitende alinea hardop gedacht over wat er mogelijk zou kunnen zijn. Natuurlijk, het is makkelijk praten achter m’n laptopje. Er zijn duizend en een redenen om niets te veranderen en maar gewoon te zien wat er gaat gebeuren. Maar ik vraag me af wat er kan gebeuren, als de gezamenlijke Nederlandse onafhankelijke bierwereld zelf het heft in handen neemt. Het komt er uiteindelijk op neer dat je het de consument makkelijk maakt. Meer voorbeelden naast die uit het eerdere blog dienen zich aan. In restaurants is het hanteren van een bierarrangement niet rendabel, hoorde ik laatst. Brouwers, vindt de oorzaak en de oplossing. Krijg grip op de opleiding van horecapersoneel. Benut het potentieel van honderden afgestudeerde biersommeliers. Maak verpakkingen in supermarkten zaterdagmiddagboodschappen-druk-druk-druk-snel-snel-snel-vriendelijk. Enzovoorts, enzovoorts.

Wie mijn voorgaande bijdragen aan dit blog leest, zal ontdekken dat ze vrijwel allemaal in essentie dezelfde boodschap uitdragen. Genoeg kans gehad dus om die aan te horen. En omdat ik zelf ook zo’n typische man van middelbare leeftijd ben, met een buikje alsmede ontharing in een te ontkennen noch terug te draaien mate van vordering, is het tijd om eens te stoppen met het vertellen van dit verhaal. Ik zal blijven schrijven voor dit fraaie blog, deo volente. Maar dat zal dan een ander liedje worden, uit een ander boek. Welke? Dat weet ik nog niet. Maar dat komt vast goed. De bierwereld is daar grandioos genoeg voor.

Aantal cafés droogt steeds sneller op BoldData
Bron: Folder Albert Heijn

-- Adverteerders --

© 2017-2024 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur