Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Nederland kopieerland

1 november 2020 - Raymond van der Laan.

Wij Nederlanders zijn dol op kopiëren uit het buitenland. Kijk alleen al naar het aantal Halloween-feesten van Amerikaanse snit, St. Patrick’s Day-feesten van Ierse afkomst of Oktoberfesten van Beierse origine dat in ons land gevierd wordt. Als er een Amerikaanse tv-serie over iemand die onbedoeld president wordt op Netflix wordt vertoond, stelt het Nederlandse kabinet als de wiedeweerga een designated survivor in. Er is zelfs ooit een keer een ‘correspondentendiner’ geweest, ook al naar Amerikaans voorbeeld, waarin de minister-president als stand-up comedian een ongemakkelijk avondje moest doorstaan. Om over het publiek nog maar te zwijgen. Eindexamens op middelbare scholen worden opgesierd door de leerlingen een mal hoedje op te doen dat we kennen van tiener-tv-series, maar geen enkele historische grond heeft in ons land. Als het uit het buitenland komt is het goed, lijkt het devies te zijn. Het plaatst alle zwarte-piet-moet-blijven en soortgelijke eigen-cultuur-eerst opwinding in een opmerkelijk perspectief.

Waar het bier betreft is het al niet anders. In de 14e eeuw leerden we met hop brouwen van de Hamburgers. Vijf eeuwen later adopteerden we de manier van ondergistend bier maken van de Beierse brouwmeesters. Het moderne idee van IPA kwam uit de VS (op zeker moment aangescherpt met het Vers! Drinken! mantra), en dat van spontaan vergist bier uit België. Tuurlijk, in de late middeleeuwen waren diverse steden in de lage landen belangrijke Europese bierproducenten, en iedereen in de wereld kent dat ene merk met die herkenbare groene kleur en rode ster. Biergeschiedenis hebben we. Maar een echte cultuur, met een kloppend hart en een warm lijf, de eeuwen overlevend en alle zielen doorspekkend? Nee. Handelaren zijn we, hooguit.

Ooit wilde iemand me overtuigen dat Nederland wel degelijk een biercultuur kent. “Met z’n allen in een kring pilsjes drinken. Typisch Nederlands. Ook dat is cultuur!”
Hij knipperde niet met zijn ogen en schoot niet in de lach. Het was serieus bedoeld. Het is het beeld dat Michael Jackson gebruikte om Nederland te typeren in zijn The World Guide To Beer uit 1977 (Spectrum Bieratlas, koop dat boek als je het bij de kringloop of rommelmarkt tegenkomt). Met z’n allen om een ronde tafel schrale vaasjes heffen naar de fotograaf. Het is wat onfortuinlijk om te moeten constateren in een column die verschijnt op de website van een stichting die de woorden ‘erfgoed’ én ‘cultuur’ in de naam draagt, maar meer was er voor Jackson niet van te maken.

Dat het ook anders kan bewijzen landen als Noorwegen en Italië. De een haalt het van het nostalgische platteland (kveik), de ander uit een nimmer aflatende zucht naar schoonheid (Italian Grape Ale). Beide fenomenen uit het eigen culturele erfgoed verrijken de internationale bierwereld. Als ik kijk naar wat er sinds de dagen van Jackson aan pogingen is ondernomen voor een dergelijke Nederlandse bijdrage dan kom ik terecht bij – grijp de stoelleuning maar even stevig vast – weibier. Bier met wei dus. Dat is een restproduct van kaasbereiding, en wat is er nou Hollandser dan kaas. Overigens is wei ook een grondstof voor de frisdrank Rivella. Maar dit terzijde.

Weibier wordt voor zover mij bekend alleen in Limmen gemaakt (Dampegheest’s Alkmaars Blondje), afgezien van het eenmalige brouwsel Weibok - de winnaar van Henri Reuchlin’s wedstrijd Nederlands Nieuwe. In 2018 was dat alweer. De Nederlandse bock en dort (na Gulpener’s halve eliminatie van het eigen dort komen er nog welgeteld drie exemplaren voor in het wild) kennen ook een uitheemse afkomst. Princessebier zegt u? Er zijn diverse hercreaties gemaakt maar het is als Latijn; niemand weet hoe het in het echt was. Oud bruin? Nee toch zeker. Kuitbier? Heeft de BJCP guidelines gehaald, maar wie er een in de winkel ziet staan mag me even bellen.

Het is duidelijk: iets eigens brengen is niet onze core business. We zijn dol op kopiëren, overnemen en nadoen. Dat is uiteindelijk de kern van de zaak. En de pleister op de wonde is dat we dat heel behoorlijk doen ook. Want die Hollandse bieren uit steden als Haarlem, Gouda en Delft werden niet voor niets naar verre oorden als Vlaanderen en Engeland geëxporteerd. Natuurlijk had dat Princessebier ook zomaar de nieuwe IPA kunnen zijn. En dat dat groene merk zo’n beetje het bekendste biermerk ter wereld is, heeft een reden.

We mogen dan kooplieden zijn, dat doen we dan wel heel goed. Hazy IPA’s, Duitse lagers, pastry stouts of wilde gisten - Nederlandse brouwers deinzen nergens voor terug. Ze pakken ’t op, kijken er eens naar en zetten met een klap een meer dan puik bier op tafel. Bier waar we als liefhebbers blij van worden. In Nederland kun je voor elke bierstijl, hoe obscuur ook, bij een vaderlandse brouwer terecht. Gotlandsdricka? Lichtenhainer? Sahti? Been there, drank that. Een land ter grootte van een postzegel, maar alles is er.

Wie weet wordt het nog wat met dat weibier. En anders ook maar niet.


We staan open voor weibier-spottings! Inmiddels zijn de volgende meldingen gedaan vanuit het land: Zotte Kalf Weiland Weibier en Merakels.

-- Adverteerders --

© 2017-2020 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur