Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Rust, Reinheid en Regelmaat

1 juli 2020 - Raymond van der Laan.

Vroeger, ja vroeger. Toen je nog verjaardagsfeestjes in een kring had. Kopje koffie met een gebakje (de jarige mocht als eerste uitzoeken, de rest van de visite volgde, het was zaak daar niet al te laat op aan te sluiten anders bleef je met die mokkapunt zitten), nog een tweede kopje en dan aan het hartige spul. Pilsje voor ome Kees, zoete witte wijn voor tante Truus en een advocaatje met slagroom voor oma. Blokjes kaas er bij, schaaltje paprikawokkels op tafel – enfin, u heeft een beeld.

Op dit soort bijeenkomsten kwam ook altijd het thema ‘bier’ voorbij. Kort weliswaar, maar er werd toch steeds wel wat tijd gevonden om de verschillen in smaak tussen de diverse biermerken te analyseren. Die kwam op het volgende neer: “ik proef geen verschil”. Voor alle duidelijkheid: het ging voornamelijk om de vergelijking tussen Amstel en Heineken. Soms deden ook Brand of Dommelsch mee als lijdend voorwerp. Grolsch werd in mijn deel van het land al als tamelijk exotisch beschouwd, om over Bavaria of Hertog Jan maar te zwijgen.

Jarenlang heb ik geprobeerd een bijdrage aan deze discussie te leveren door voorzichtig te wijzen op het bestaan van andere typen bier, met heel andere smaken, en zelfs van bieren uit het Buitenland. Tevergeefs. Verjaardag na verjaardag kreeg het onderwerp zijn anderhalve minuut zendtijd, tussen het-wil-maar-niet-zomeren en een vers bakje wokkels door. Al het bier is hetzelfde, was en bleef het mantra.

Soms vraag ik me wel eens af hoe zo’n verjaardag er nu uit zou zien. Oma is al een tijdje gestopt met advocaatjes lepelen, en ome Kees kan alleen nog maar dromen van koude flesjes pils, uitgeschonken in een iets te vettig glas. En toch. Zou het gesprek gaan over de nieuwste Fresh & Fast van het Uiltje? Over nut en noodzaak van pastry stouts? Wat de beste NEIPA van Nederlandse bodem is? Hoe Tommie Sjef’s Wild Ales zich verhouden tot Belgische geuzes? Het verschil tussen ‘craft’ en ‘crafty’? Of het recept van Oedipus Mannenliefde veranderd is? Wie aan welke crowdfund meedoet?

Mogelijk. Maar waarschijnlijk is het niet. Want dergelijke onderwerpen zijn slechts interessant voor een hele kleine groep mensen. Voor hen die zich ‘beer geek’, ‘bierliefhebber’, of – godbetert – ‘bieraficionado’ noemen. Voor hen die zich koesteren onder de kaasstolp genaamd craft beer. Daarbuiten zijn al die onderwerpen niet bestaand. Daar is bier geen onderwerp van gesprek, of in het beste geval iets dat zich tussen het weer en een schaaltje wokkels begeeft. (Of handgesneden rozemarijn-zeezout chips dan; het is immers 2020.) De naam ‘Bud’ is mogelijk toegevoegd aan het lijstje merken dat over de tong gaat. Iemand zal wel een grap over Corona maken, waar niemand om lacht. Hoe dan ook, terwijl ik dit in de achtertuin typ en om mij heen de barbecuevuren hoog worden opgepookt, klinkt het vrolijke gerinkel van pilspijpjes in en uit kratjes. Voor het overgrote deel van bierdrinkend Nederland is al dat speesjaalbier nog altijd een rariteit. Nichewerk.

Maar als dat zo is, hoe moet dat dan verder met die honderden brouwerijen of anderszins bierproducerende bedrijven die Nederland inmiddels rijk is? Kunnen die allemaal leven, voor nu en altijd, van hen die zich onder die kaasstolp begeven? De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Dat kan niet. Om te overleven moet de clientèle worden uitgebreid. Alleen als een aanzienlijk groter deel van bierdrinkend Nederland belangstelling toont voor bierdiversiteit, kan diezelfde diversiteit blijven bestaan. Wat we daarvoor nodig hebben zijn in mijn optiek drie zaken. Drie deugden die al generaties lang hun waarde hebben bewezen. Te weten: rust, reinheid en regelmaat.

De rust van een herkenbaar en stabiel assortiment dat bestendig verkrijgbaar is. Ik ben nog altijd bij veel bieren huiverig om er over te schrijven in mijn artikelen, omdat ik niet weet of het er ten tijde van publicatie nog wel is, er ooit nog komt, en hoe het er dan uit ziet. Wat ik vandaag aan mijn lezers aanraad, is morgen vaak al niet meer te koop. Informatie over het assortiment en de verkrijgbaarheid is nauwelijks te vinden, websites zijn vaker niet dan wel up-to-date. Dat leidt niet tot herkenbaarheid en stabiliteit, en dus geen rust.

De reinheid van een onberispelijke kwaliteit. Over smaak valt niet te twisten, over het gebrek er aan al helemaal niet, maar iemand die zijn of haar zuurverdiende centjes aan bier uitgeeft – en laten we wel wezen, bier van ‘craft’ brouwerijen is niet het voordeligste item op de boodschappenlijst – mag er honderd procent van op aan kunnen dat de inhoud niet afwijkt van de verpakking. Dat hier een hele keten voor verantwoordelijk is moge voor zich spreken.

De regelmaat van het in aanraking komen met gevarieerd bier. Verkondig de blijde boodschap bij horeca-opleidingen. Bij kookclubs. (Daar zijn er honderden van in Nederland. En ze drinken alleen maar wijn.) Bij mainstream media. Bij festivals. Bij theaters en concertzalen. Bij restaurants en snackbars. Bij het informeren van consumenten en tussenhandel.

Zo heerlijk divers brouwende brouwers van Nederland: verover de harten van de bierdrinkers uit de wokkelwereld. Eén voor één. Want alleen dan kunnen we voorkomen dat ik op een zeker moment weer over het verschil tussen Amstel en Heineken moet gaan praten. Met die verdomde mokkapunt voor m’n neus.

-- Adverteerders --

© 2017-2020 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur