Facebook Twitter

Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Wat is nou een brouwer?

1 augustus 2018 - Rick Kempen.

Er staat een olifant in de kamer - ik weet het, in het Engels klinkt het mooier. Deze uitspraak bedoelt datgene aan te duiden waarvan iedereen zich bewust is, maar wat niemand ter sprake durft te brengen. De olifant in kwestie staat in de kamer der Nederlandse brouwers en hun culturele erfgoed, en zijn naam is huurbrouwer.

Zigeuners en zwervers
Met de term ‘brouwer’ bedoelen we iemand die bier brouwt - toch? Enige nuance lijkt echter op zijn plaats: het lijkt er zeer toe te doen of die brouwer haar of zijn bier brouwt in eigen ketels, in plaats van gebruik te maken van andermans apparatuur. Zeker bij onze Zuiderburen ligt de kwestie gevoelig: daar spreekt men smalend van “bierfirma’s” en zij die dagelijks hun bostel uit eigen kuip scheppen kijken er op neer. Men noemt hen nog net geen uitvreters maar het sentiment is duidelijk: als je geen eigen hardware hebt, dan tel je in hun ogen niet volwaardig mee.

Tijdens het Brewers Forum of Europe, de recent gehouden eerste pan-Europese brouwers conventie die probeerde iedereen die bier maakt te verbinden, presenteerde Mikkel Borg Bergsjö - nota bene als eerste spreker op het Forum - zich als “de godfather van de gypsy brewers”, de oervader van het huur- of zigeunerbrouwen. Dat is natuurlijk een gotspe van jewelste: Marcel Snater brouwde al in andermans ketel toen Mikkel nog met natte haren en in zijn pyjama'tje naar het Deense Sesamstraat zat te kijken - maar daar gaat het hier niet om. Met zijn merk Mikkeller heeft hij wereldwijd naam en faam verworven met spraak- en smaakmakende bieren die hij overal en nergens liet brouwen. Tegenwoordig beschikt hij wel degelijk over eigen brouwapparatuur, maar het leeuwendeel van de Mikkeller bieren wordt in België gebrouwen. Hij is daar trots op, en veel liefhebbers roemen de kwaliteit van ‘zijn’ bier.

Overigens is huurbrouwen iets anders dan zigeunerbrouwen: de laatste hopt van plek naar plek, terwijl de huurbrouwer meestal een vast onderkomen heeft. Mikkel heeft er overigens nooit een geheim van gemaakt dat hij het eigenlijk maar niets vond, het fysieke brouwen: veel te veel werk en gedoe, en je bent meer aan het poetsen dan iets anders. Niet iedereen denkt er zo over: het mooiste voorbeeld in Nederland is Michel Ordeman, die zijn Jopen bier jarenlang, en bij gebrek aan een eigen brouwerij, elders liet brouwen. Wel was hij duidelijk over zijn wens zo snel mogelijk een eigen, in Haarlem gevestigde, productiefaciliteit te hebben. Inmiddels heeft hij er twee, en wie weet hoeveel er nog volgen.

Arbeiders en marketeers
Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar ik vermoed dat het negatieve sentiment rondom huurbrouwen voortkomt uit de klassieke strijd tussen witte en blauwe boorden. Arbeiders (die meestal blauwe hemden droegen) en managers (toen nog gewoon chef genoemd, en gekleed in smetteloze witte hemden) hadden het niet zo op elkaar, waarbij een zekere mate van jaloezie niet onvermeld mag blijven. De arbeiders beroemden zich op noeste arbeid en smaalden over de ‘denkers’ die hun handen schoon hielden - maar wel het gezag en de grootste inkomsten hadden.

Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar ik vermoed dat dit ook speelt tussen brouwers en huurbrouwers. Sommige bierondernemers hebben geen geld voor een eigen installatie en zien die van collega’s deels ongebruikt staan. Zij maken daar handig gebruik van en lossen meteen een probleem op: de overcapaciteit van een brouwer wordt benut. Veel van hen trekken zelf de rubber laarzen aan en doen alle brouwwerk zelf. Anderen bedenken vooral een recept en maken daar, met het team van de contractbrouwer, ‘eigen’ bier mee. Mikkel lijkt het helemaal bont te maken: van hem wordt gezegd dat hij receptjes naar Lochristi faxt en factuurtjes tiept, onderwijl excellerend in marketingactiviteiten. Hij, en zijn zwervende medezigeuners, zijn daar overigens knap succesvol mee en hun risico is geminimaliseerd. Een dodelijke combinatie die een ‘echte brouwer’ jaloers en rancuneus kan maken.

Nederland: verdeeld Bierland
In Nederland maken de huur- en zigeunerbrouwers de meerderheid uit, althans in aantal. Niet iedereen is volledig transparant over de eigen status: genoeg etiketten waarop in minuscule letters staat aangegeven dat men van iemand anders’ installatie gebruikt maakt - als het er al staat. Persoonlijk vind ik dat iedere biermaker volledig eerlijk moet zijn over de productieplek: het is niet iets om je voor te schamen. Dat geldt voor een kleine en onafhankelijke huurbrouwer even goed als voor bijvoorbeeld supermarktbier: verschuil je niet achter H-West Brouwerij (Bavaria) en zeg gewoon dat Brouwers Bier bij Grolsch vandaan komt. Die eerlijkheid verdient de consument, zo simpel is het. En maak onderling maar uit of je er als brouwer een waardeoordeel aan verbinden wilt. Ik voorzie een spannende discussie op een aanstaande Dutch Craft Beer Conference: op een gegeven moment wil je namelijk toch van die olifant af.

jopen koyt gruitbier

-- Adverteerders --

© 2017-2018 Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur